Advies Onderwijsraad – Leren van onderzoek
| PO | VO | MBO |
De overheid stuurt (de laatste jaren) explicieter op evidence-informed werken in onderwijspraktijk. Daarom adviseert de Onderwijsraad thans (2026) de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Tweede Kamer niet te sturen op het benutten van één specifieke vorm van onderzoek in de onderwijspraktijk. En het gebruik van bewezen effectieve methodes niet te verplichten. De raad waarschuwt voor de risico’s hiervan voor de onderwijskwaliteit. Het benutten van kennis uit een breed palet van onderzoek is van groot belang voor het realiseren van goed onderwijs. De raad beveelt daartoe de minister en Tweede Kamer aan een breed palet aan onderzoek te stimuleren en de mogelijkheden van leraren en schoolleiders te versterken om dat palet te kunnen benutten.
Sinds zo’n twintig jaar gebeurt dat onder de noemer evidence-based of evidence-informed onderwijs. De afgelopen jaren is het beleid rondom het gebruik van evidence in de praktijk steeds verplichtender geworden. Voorbeelden hiervan zijn het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), het Masterplan Basisvaardigheden en het wetsvoorstel Concretisering ononderbroken ontwikkelingsproces en stelsel van kwaliteitszorg (hierna: wetsvoorstel Concretisering deugdelijkheidseisen).
Advies: stop met smal sturen en geef schoolteams ruimte om breed geïnformeerd te handelen
Aanbeveling 1: zorg voor een breed palet aan onderzoek
De Onderwijsraad beveelt de overheid aan de ontwikkeling te stimuleren van een breed palet aan onderwijsonderzoek voor verbetering van de onderwijskwaliteit.
Breed in de zin van vraagstelling, onderzoeksmethodiek en wetenschappelijke benadering. Voor geïnformeerd handelen zijn de beschikbaarheid én toegankelijkheid van zo’n breed palet aan onderwijsonderzoek belangrijke voorwaarden. Daarbij moet sprake zijn van tweerichtingsverkeer via duurzame verbindingen.
Aanbeveling 2: realiseer voorwaarden voor geïnformeerd handelen in onderwijspraktijk
Leraren moeten ruimte hebben om geïnformeerd te kunnen handelen. Dat wil zeggen: op basis van een breed palet aan bronnen, geïnformeerd over diverse handelingsopties en op basis van afwegingen over de eigen praktijk. Randvoorwaarden voor geïnformeerd handelen in een school zijn: onderzoeksgeletterdheid van onderwijsprofessionals, een lerende cultuur en een personeelsbeleid dat de professionele ontwikkeling van leraren stimuleert. Én een structuur waarbinnen dit mogelijk is, met voldoende tijd, ruimte, faciliteiten en
budget. Bestuurders en schoolleiders zijn in de positie om deze randvoorwaarden te creëren. De minister moet zorgen dat zij hiervoor de middelen hebben.
De Onderwijsraad pleit ervoor de lerarenbeurs en de promotiebeurs voor leraren te continueren. Het zijn waardevolle stimulansen voor de professionalisering en onderzoeksgeletterdheid van leraren. De raad doet verder de oproep het LerarenOntwikkelFonds opnieuw in te stellen.
Aanbeveling 3: versterk duurzame partnerschappen tussen praktijk en onderzoek
De Onderwijsraad beveelt aan om verbindingen te versterken tussen lokale, regionale en landelijke netwerken van scholen, hogescholen en universiteiten.
Onderzoekers en onderwijsprofessionals kunnen in co-creatie onderwijs ontwikkelen en onderzoek doen, waarbij ze gebruik maken van elkaars expertise.Het is zaak dat praktijk en onderzoek elkaar voeden. De Onderwijsraad ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (voorheen NRO) en Ontwikkelkracht.
Aanbeveling 4: zie af van wettelijke verplichting evidence-informed werken
De Onderwijsraad ziet in het wetsvoorstel Concretisering deugdelijkheidseisen een risico op smalle en verplichtende sturing op het gebruik van bewezen effectieve aanpakken in het onderwijs. De raad doet de aanbeveling af te zien van dit wetsvoorstel. Het houdt volgens de raad onvoldoende rekening met de beperkingen van effectonderzoek en de risico’s van sturing op het gebruik daarvan in de praktijk.
