Lerarenopleidingen Science en Wiskunde/Rekenen

Conferentie 2019 – ELWIeR-ECENT

17 mei 2019, Domstad – Utrecht

Op vrijdag 17 mei 2019 organiseren ECENT en ELWIeR samen de jaarlijkse conferentie voor lerarenopleiders van lerarenopleidingen STEM (wiskunde/rekenen en natuurwetenschappen/techniek) – de perfecte gelegenheid om in contact te komen met collega’s en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen het werkveld. 

Schrijf u in vóór 3 mei!

Dit thema speelt op twee punten een belangrijke rol in deze conferentie:

  1. Bij de openingslezing: door Nanda Piersma (HvA) over: Data als smeerolie voor innovatie: urban analytics voor smart cities
  2. Als onderlegger bij de diverse werkgroepen: Hoe digitaal geletterd moet de STEM lerarenopleider zijn als het gaat om de bouwstenen van de curriculum.nu-ontwikkelgroepen R&W, M&N en Digitale Geletterdheid?

Bekijk de flyer en het kaartje van de conferentie!

Vanaf 09:30 bent u welkom.

Nanda Piersma, HvA

Lectoraat Urban Analytics (HvA)

Nanda Piersma is lector Urban Analytics en verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam en het Centrum Wiskunde & Informatica.
Het lectoraat Urban Analytics onderzoekt hoe partijen in de stad beter inzicht kunnen krijgen in hun data, door middel van data-analyse, algoritmes en business analytics. We doen onderzoek en projecten voor en met gemeentes, industriepartners en academische instellingen.

Lezing op 17 mei: Data als smeerolie voor innovatie.

Door exponentieel groeiende rekenkracht en opslagcapaciteit is er enorm veel data beschikbaar op elk denkbaar gebied. Daarmee verandert het methodologisch kader voor het analyseren van praktijktoepassingen. Traditionele statistische analyses vinden significante relaties in big data die zonder waarde zijn, of zelfs een verkeerde interpretatie geven (p waarden).

Maar ook kunnen we met data nu voorspellingen doen voor een betere timing van noodzakelijk onderhoud in plaats van preventieve standaard planningen. In deze presentatie worden een aantal toepassingen gegeven in de stedelijke context (Urban Analytics):

  • Hoe ondersteunen we de energie transitie met plaatsing van laadpalen voor elektrisch vervoer?
  • Hoe tellen we automatisch verkeerstromen?
  • Wanneer is de vuilcontainer vol?
Susan McKenney, TU Twente en lid adviesgroep curriculum.nu zal een korte toelichting/reflectie geven.
WG03
| pabo | 2eg |    |
Digitale geletterdheid in de lerarenopleiding
Werkgroep n.a.v. curriculum.nu
Hans de Vries, SLO
WG01
| pabo |    |    |
Programmeren van apparaten
Computational thinking op de basisschool
Gerard Dummer, Hogeschool Utrecht
WG05
| pabo |    |    |
Torpedo
Een digitale leeromgeving voor de ontwikkeling van reken-wiskundig probleemoplossend vermogen
Marjolein Kool, Hogeschool Utrecht
WG20
|    | 2eg | 1eg |
Onderzoekend leren rondom maatschappelijke dilemma’s in de betales
Uitkomsten van project PARRISE voor de lerarenopleiding
Marie-Christine Knippels, Universiteit Utrecht
WG04
|    | 2eg | 1eg |
Niet laten zien, maar leren zien
Case comparisons als ontwerptool voor ontdekkende les-activiteiten
Wouter Koning, Universiteit Utrecht
WG02
|    | 2eg |    |
De lerarenopleiding Science&Technology in Tilburg loopt nu ruim een jaar
Wat zijn de ervaringen?
Tom Goris, Fontys; Françoise Zinhagel, Helicon; Ard Zwinkels, Wellant; Mandy Stoop, Fontys
WG16 – VERVALT
 
WG19
| pabo |    |    |
Aan de slag met uitdagende verhalen uit de opleiding
Pabo wiskunde in vol bedrijf
Ronald Keijzer, iPabo; Gerard Boersma, HAN Pabo; Ruud Houweling, VIAA; Wim Brouwer, Fontys Hogescholen
WG09
| pabo | 2eg |    |
Curriculum.nu rekenen/wiskunde, de bouwstenen
Kunnen we er wat mee in de lerarenopleiding?
Paul Drijvers, Universiteit Utrecht / Hogeschool Utrecht; Marjolijn Peltenburg, Marnix Academie; Jurriaan Steen, practoraat rekenen; Martine van Schaik-Lap, Marnix
WG08
| pabo | 2eg |    |
Presenteren en sparren over je ontwerp
Hoe doe je dat?
Remke Klapwijk, TU Delft; Jantien Smit, Hogeschool Utrecht; Gerald van Dijk, Hogeschool Utrecht; Leon Dirks, TU Delft
WG21
|    |    | 1eg |
Ecent-scheikunde-groep
Met o.a. ‘antwoorden formuleren binnen de bètavakken’
Talitha Visser, Universiteit van Twente; John Hukom, Hogeschool van Amsterdam; Ruud Kok, Hogeschool van Amsterdam; Leontine de Graaf, Universiteit Twente
WG23
|    | 2eg |    |
Onderzoekend vermogen ontwikkelen voor leraren via vakdidactisch ontwerp
Succeservaringen en dilemma’s
Dédé de Haan, NHL; Marco Mazereeuw, NHL
WG10
|    |    | 1eg |
Opleiden voor NLT
Bouwen aan een mini-curriculum
Nelleke den Braber, NHL Stenden; Suzanne Calabretta, Fontys
WG07
|    | 2eg |    |
Afstandsonderwijs
Hoe doe je dat in de lerarenopleiding?
Els Franken, Hogeschool Windesheim; Lambrecht Spijkerboer, ; Theo van den Bogaart, Hogeschool Utrecht
WG12
| pabo |    |    |
Wiskundige attitudes in de onderwijspraktijk
Hoe dit te bevorderen bij pabo-studenten
Josje van der Linden, Hogeschool iPabo
WG17
|    | 2eg | 1eg |
Mens en Natuur in de lerarenopleidingen exact
Een module over duurzaamheid en het ontwerpen van interdisciplinair onderwijs
Remco Vasterink, Hogeschool Utrecht; Jeff Gradener, Hogeschool Utrecht; Jelly Joustra, Hogeschool Utrecht
WG18
| pabo | 2eg |    |
Curriculum.nu M/N, de bouwstenen
Kunnen we er wat mee?
Jeroen Sijbers, SLO; Bianca Schoeber, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen; Martin Vos, Fontys
WG13
| pabo |    |    |
Vakintegratie rekenen-wiskunde en aardrijkskunde
Het ontwerpen van een eiland als uitdagend voorbeeld
Daphne Rijborz, iPabo
WG06
| pabo |    |    |
Tien jaar ontwikkeling studielast wiskunde op de pabo
Van kennisbasis naar bekwaamheidseisen
Ronald Keijzer, iPabo
WG14
|  1eg  | 2eg |    |
Versterken van de educatieve minor
Motieven, carrièrebeelden en carrièrepercepties
Begüm Coskun, TU Delft; Alma Kuijpers, Universiteit Leiden; Els van Rooij, Rijks Universiteit Groningen
WG15
|    | 2eg | 1eg |
Systeemdenken implementeren in het biologieonderwijs
Met een systeembril naar de biologie (leren) kijken
Melde Gilissen, Universiteit Utrecht / Bonhoeffer College Enschede
WG22
|    | 2eg | 1eg |
Een klassengesprek volgens de Five Practices
Het voeren van een vakinhoudelijk dialoog met de klas
Sonia Palha, Hogeschool van Amsterdam; Daan van Smaalen, Hogeschool van Amsterdam
WG11
| pabo | 2eg |    |
Bevordering van interactie in de les met behulp van de C van ICT
Hoge verwachtingen versus complexe realiteit
Francine Behnen, NHL
WG24
|    | 2eg | 1eg |
Omgaan met diversiteit in de bèta-vakken
Ervaringen uit twee Erasmus+ projecten
Michiel Doorman, Universiteit Utrecht; Monica Wijers, Universiteit Utrecht; Claire Boerée, Universiteit Utrecht; Amy Mol, Universiteit Utrecht
WG25
|    | 2eg | |
Overleg lerarenopleiders techniek
Geen presentatie, maar collegiale afstemming
Gerald van Dijk, Hogeschool Utrecht
Cursus- en vergadercentrum Domstad, in het centrum van Utrecht.

Contact: info@ecent.nl of elwier@fi.uu.nl

  • Lerarenopleidingen wiskunde en science 1e graads, 2e graads en pabo
  • Vakverenigingen NVON, NVvW en NVORWO
  • SLO en Cito
  • Adef en Lobo

 

Computational thinking op de basisschool
| pabo |    |    |
Gerard Dummer, Hogeschool Utrecht
Kinderen groeien op in een wereld die bol staat van technisch geprogrammeerde systemen. Hoe deze systemen werken is voor velen echter een raadsel. In het promotieonderzoek van Gerard Dummer wordt onderzocht hoe leerlingen op de basisschool inzicht in de werking van deze alledaagse systemen kunnen krijgen. Hierbij wordt vooral ingezoomd op het programmeren van deze systemen. Dit promotieonderzoek biedt verdieping op het vakgebied Natuur en Techniek en het verkent de mogelijkheden van physical computing in het basisonderwijs. Daarbij wordt ook gekeken in hoeverre de verschillende aspecten van computational thinking een rol kunnen spelen in het vergroten van de inzichten. In het eerste jaar van het onderzoek is gekekeken welke contexten aansprekend zijn en welke programmeerproblemen leerlingen ervaren.
In deze workshop gaan we op basis van een context (het programmeren van een parkeerplaats) aan de slag met verschillende opdrachten die het inzicht in de werking van dit systeem steeds meer verdiepen. Daarbij zullen deelnemers zelf deelnemen aan een unplugged activiteit waarmee we de werking van het systeem zullen simuleren, een computational thinking opdracht uitvoeren en zelf gaan programmeren.NB. Voor deze werkgroep is het nodig dat u een eigen laptop meeneemt.

Wat zijn de ervaringen?
|    | 2eg |    |
Tom Goris, Fontys; Françoise Zinhagel, Helicon; Ard Zwinkels, Wellant; Mandy Stoop, Fontys
Twee jaar geleden is de Fontys lerarenopleiding Techniek omgebouwd naar een lerarenopleiding die zich veel meer richt op de bètabrede bevoegdheid Mens & Natuur. Omdat deze bètabrede docenten andere beroepsrollen vervullen dan de ‘gewone’ vakdocenten, verdienen zij ook een ander opleidingsconcept. Die beroepsrollen zijn: talentcoach, netwerker, ontwikkelaar en bèta-technisch professional. Binnen die beroepsrollen hebben we leeruitkomsten gedefinieerd in een zogenoemd navigatiekader. Iedere student ontwerpt zijn eigen leerroute, zijn eigen projecten én zijn eigen bewijsvoering voor deze leeruitkomsten. Het hart van de opleiding is de Design Studio, waarin studenten elkaars ontwerpen van feedback voorzien. Vier keer per jaar kunnen de bewijsvoeringen in een assessment ingebracht worden. De studenten kunnen, vraaggericht, gebruik maken van alle expertise die er in de lerarenopleiding voorhanden is. Bijvoorbeeld door aan te schuiven bij vak- of didactiekcursussen van de reguliere natuurkunde, scheikunde en biologie lerarenopleidingen.

Werkgroep n.a.v. curriculum.nu
| pabo | 2eg |    |
Hans de Vries, SLO
De leraar en digitale geletterdheid.
Vanaf maart 2018 werkt een team van 13 leraren en 2 schoolleiders aan de inhoudsbeschrijving van het leergebied Digitale geletterdheid. Dat gebeurt in het kader van Curriculum.nu, een brede herziening van het curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Begin mei leveren alle ontwikkelteams hun werk op.
In het huidige curriculum is er geen of heel weinig aandacht voor digitale geletterdheid. In het nieuwe curriculum krijgt digitale geletterdheid wel een plek, liefst zoveel mogelijk geïntegreerd in andere leergebieden.Tijdens de workshop schetsen leden van het ontwikkelteam Digitale geletterdheid de inhoud van dit nieuwe leergebied en lichten zij toe hoe zijn tot deze inhoudsbeschrijving gekomen zijn. Vervolgens bespreken zij met de deelnemers aan de workshop de implicaties hiervan voor de competenties van leraren en dus ook voor lerarenopleidingen. Daarbij betrekken zij de vraag in hoeverre de ontwikkelingen rondom digitale geletterdheid aansluiten bij ontwikkelingen die op dit moment al gaande zijn bij de lerarenopleidingen.

Case comparisons als ontwerptool voor ontdekkende les-activiteiten
|    | 2eg | 1eg |
Wouter Koning, Universiteit Utrecht
Om iets te leren is het belangrijk iets te kunnen waarnemen. De leerling iets vertellen waarmee vervolgens geoefend wordt is niet perse iets laten waarnemen. Onderzoek laat zien dat het te vroeg vertellen van de onderliggende concepten kan maken dat leerlingen zich meer richten op oppervlaktestructuren en procedures en daardoor de diepere structuur minder waarnemen [1]. Het is juist deze diepere structuur die zich laat vertalen (transfer) naar nieuwe toepassingen en kennisdomeinen, die verschillend lijken, maar dezelfde structuur delen. Ontdekkend leren wordt breed erkend als een goed didactisch instrument om de leerling te dwingen zelf een bepaalde structuur waar te nemen. Tegelijkertijd is deze onderwijsvorm (al kent het vele gradaties) enorm bekritiseerd omdat het bijvoorbeeld erg inefficiënt kan zijn met name door een grote cognitieve belasting door de grote hoeveelheid vrijheidsgraden waaraan een leerling wordt blootgesteld. Dit leidt tot de vraag: hoe kunnen we een ontdekking efficiënt faciliteren?

Een mogelijk antwoord hierop ligt in het aanspreken van de manier waarop het menselijk brein leert. Er zijn twee dingen waar we als lerende mensen bijzonder goed in zijn: het zien van overeenkomsten en het zien van verschillen. Het zien en vergelijken van meerdere voorbeelden van eenzelfde categorie stelt ons in staat overeenkomsten waar te nemen en gemeenschappelijke eigenschappen te abstraheren [2]. Het slim ontwerpen van contrasten kan gebruikt worden om de aandacht van de leerling actief te richten op een bepaalde structuur of concept, zonder dat deze verteld hoeft te worden [3].

Zulke zogenaamde “case comparisons” kunnen ingezet worden als basis voor een laagdrempelige en flexibele ontwerptool voor sociale en constructieve les-activiteiten waarbij efficiënt ontdekkingen kunnen worden gefaciliteerd, alvorens de concepten zijn geformaliseerd middels directe instructie. In deze workshop wordt laten zien hoe breed inzetbaar dit principe is. Er zullen diverse voorbeelden gegeven worden voor verschillende niveaus in (met name) het natuurkunde curriculum. Er zal worden besproken wat belangrijke criteria voor dergelijke activiteiten zijn, hoe het wendbaar gebruikt kan worden voor verschillende leerdoelen, en hoe (natuurkunde)docenten hier tegen aankijken. Hoewel de voorbeelden in deze werkgroep vooral uit het natuurkunde onderwijs komen: de onderliggende principes zijn algemeen, daarom zijn ook representanten uit de andere beta-disciplines van harte welkom.
[1] Chin, D. B., Chi, M., & Schwartz, D. L. (2016). A comparison of two methods of active learning in physics: inventing a general solution versus compare and contrast. Instructional Science, 44 (2), 177– 95
[2] Alfieri, L., Nokes-Malach, T. J., & Schunn, C. D. (2013). Learning through case comparisons: A meta-analytic review. Educational Psychologist, 48 (2), 87–113.
[3] Schwartz, D. L., Chase, C. C., Oppezzo, M. A., & Chin, D. B. (2011). Practicing versus inventing with contrasting cases: The effects of telling first on learning and transfer. Journal of Educational Psychology, 103 (4), 759.

Een digitale leeromgeving voor de ontwikkeling van reken-wiskundig probleemoplossend vermogen
| pabo |    |    |
Marjolein Kool, Hogeschool Utrecht
Basisschoolleerkrachten hebben reken-wiskundig probleemoplossend vermogen nodig om de oplossingsmanieren van hun leerlingen te doorgronden en erbij aan te kunnen sluiten. Probleemoplossend vermogen kun je ontwikkelen door non-routine rekenproblemen te maken en vervolgens te reflecteren op oplossingsmanieren, -processen en opgavestructuren. Pabostudenten werken in zelfstudiesituaties wel aan non-routine rekenproblemen, maar laten reflectie achterwege. Ze checken alleen het antwoord.

De digitale leeromgeving TORPEDO probeert pabostudenten te stimuleren om wél te reflecteren op hun rekenwerk. De naam TORPEDO staat voor Terugblikken Op Reken-wiskundeProblemen En DoorOntwikkelen. De website bevat reflectie-stimulerende elementen als een probleemoplossend stappenpad, filmpjes van oplossingsmanieren, expertreflecties, variantopgaven, leerlingenwerk en een discussieforum van medestudenten. 300 pabostudenten uit het hele land hebben TORPEDO een maandlang mogen uitproberen. Hebben ze werkelijk reflectief gestudeerd? En welke elementen van TORPEDO hebben daar al dan niet aan bijgedragen? Deze workshop werpt licht op het zelfstudiegedrag van (pabo)studenten en de ontwikkeling van hun reken-wiskundig probleemoplossend vermogen.

Van kennisbasis naar bekwaamheidseisen
| pabo |    |    |
Ronald Keijzer, iPabo
Tien jaar geleden werd in de marge van het ontwikkelen van de kennisbasis wiskunde voor de lerarenopleiding basisonderwijs voor het eerst systematisch nagegaan wat de studielast voor wiskunde is op de verschillende opleidingen. Omdat het eerste onderzoek toonde dat er zeer grote verschillen zijn, werd het onderzoek herhaald. Daarbij bleek dat de introductie van de landelijke kennisbasis er niet toe heeft geleid dat de verschillen tussen de opleidingen kleiner werd.

Vanaf augustus 2017 zijn de SBL competenties vervangen door de bekwaamheidseisen. In een zesde ronde van het onderzoek naar de studielast wiskunde is nagegaan of de introductie van de bekwaamheidseisen (waarschijnlijk) tot verschuivingen heeft geleid bij de studielast. De opbrengsten van dit zesde onderzoek worden gepresenteerd en vergeleken met die van voorafgaande jaren.
Lees als voorbereiding: https://www.ipabo.nl/upload/publicaties/lectoraat%20rekenen%20en%20wiskunde/vb_37_2_o_en_o_Keijzer_Ontwikkeling_studielast_rw_op_de_lerarenopleiding.pdf

Hoe doe je dat in de lerarenopleiding?
|    | 2eg |    |
Els Franken, Hogeschool Windesheim; Lambrecht Spijkerboer, ; Theo van den Bogaart, Hogeschool Utrecht
Steeds meer studenten willen flexibel studeren om zo werk, gezin en studie te kunnen combineren. Afstandsonderwijs biedt studenten deze mogelijkheid, maar hoe krijg je dit op een sterke manier georganiseerd? Hoe kun je studenten samen laten werken, waar moet een elo aan voldoen?
Enkele hogescholen die hier al veel ervaring mee hebben, geven een inkijkje in hun werkwijze en in het proces van vallen en opstaan. Ook studenten komen aan het woord en geven sterke en minder sterke punten aan.

Hoe doe je dat?
| pabo | 2eg |    |
Remke Klapwijk, TU Delft; Gerald van Dijk, Hogeschool Utrecht; Leon Dirks, TU Delft
Een belangrijk onderdeel van een ontwerpproces is de presentatie en de dialoog over het (concept) ontwerp met de opdrachtgever of gebruiker. Tijdens zo’n moment worden ideeën voor het ontwerp getoond, gegenereerd en verfijnd. Maar als bètadocenten geen scherp zicht hebben op de belangrijkste kwaliteitskenmerken van zo’n presentatie/dialoog, kunnen zij leerlingen daar ook niet goed bij begeleiden. Het onderzoek waarover in deze werkgroep wordt gerapporteerd, beoogt die kwaliteitskenmerken duidelijk te maken en daarmee een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de didactiek van het ontwerpen. In deze werkgroep analyseert u samen met de onderzoekers een aantal ontwerppresentaties van (aankomend) professionele ontwerpers. Daarna bespreekt u de implicaties van die analyses voor verschillende onderwijsniveaus.

Kunnen we er wat mee in de lerarenopleiding?
| pabo | 2eg |    |
Paul Drijvers, Universiteit Utrecht / Hogeschool Utrecht; Marjolijn Peltenburg, Marnix Academie; Jurriaan Steen, practoraat rekenen; Martine van Schaik-Lap, Marnix
Curriculum.nu levert thans de bouwstenen voor eventuele actualisering van kerndoelen en eindtermen. Zo ook het ontwikkelteam rekenen/wiskunde, die voor de gebieden po, vo en mbo heeft getracht een coherente beschrijving af te leveren.
In deze workshop kijken we naar de mogelijke consequenties voor de lerarenopleidingen wiskunde en rekenen (pabo, 2e, 1e). Een en ander wordt ingeleid door Ronald Keijzer (lector iPabo, perspectief po), Paul Drijvers (hoogleraar UU / lector HU, perspectief vo) en Jurriaan Steen (practor Albeda College, perspectief mbo). Daarna is er gelegenheid tot discussie.

Bouwen aan een mini-curriculum
|    |    | 1eg |
Nelleke den Braber, NHL Stenden; Suzanne Calabretta, Fontys
Studenten die een masteropleiding afronden voor leraar wiskunde of leraar in de natuurwetenschappelijke vakken krijgen daarmee ook de bevoegdheid les te geven in NLT, onder voorwaarde dat dit in een team gebeurt. De betreffende lerarenopleidingen besteden in verschillende mate aandacht aan de startbekwaamheid die een docent NLT zou moeten hebben bij het afronden van de opleiding. Verschillen tussen de opleidingen komen voor een deel voort uit een verschil in inzicht in de aard van NLT en de kennis en competenties die een beginnend NLT-docent minimaal zou moeten hebben aan het begin van zijn loopbaan.
Verschillen ontstaan ook door de visie en het karakter van de opleidingen zelf. De kennisbases van de HBO-masters tonen aanzienlijke verschillen in de beschrijving van vakoverstijgend werken. Bij de universitaire lerarenopleidingen ontbreken kennisbases, echter de TU’s besteden relatief veel aandacht aan vakoverstijgend onderwijsgoed, waaronder O&O en NLT.
Om de kennis van het belang van NLT en van de benodigde docentcompetenties uniformer te maken, ontwerpen we een mini-curriculum NLT voor lerarenopleidingen. Ons doel is om door middel van dit mini-curriculum NLT de lerarenopleidingen te inspireren en te stimuleren tot het aanbieden van een volwaardige opleiding, gericht op voorbereiding voor lesgeven zowel in een monodiscipline als vakoverstijgend.
De centrale vraag in deze werkgroep is: Hoe ziet zo’n modulair minicurriculum er concreet uit?
Hoewel we ons in eerste instantie richten op NLT is de achterliggende bredere vraag hoe we studenten zowel in het eerste- als in het tweedegraads gebied kunnen voorbereiden op deelname aan vakoverstijgend onderwijs en in het bijzonder aan NLT. We presenteren een opzet van een modulair mini-curriculum, bestaande uit een basiscurriculum, met de mogelijkheden tot uitbreiding en verdieping. Aan de hand van enkele activiteiten geven we een beeld van hoe zo’n minicurriculum in de praktijk kan worden vormgegeven.

Integreren van ICT in de lespraktijk
| pabo | 2eg |    |
Francine Behnen, NHL
In de eerste jaren van dit millennium waren de verwachtingen hoog ten aanzien van ICT. Een breed gedeelde verwachting was dat de communicatieve mogelijkheden van ICT, de C van ICT, zouden kunnen bijdragen aan het bevorderen van interactie in leerprocessen. Anno 2019 zien we dat de communicatieve functie nog steeds te wensen over laat. Oorzaken hiervoor worden veelal bij de docenten gezocht.
Tot dusver is weinig onderzocht in hoeverre de C van ICT daadwerkelijk de potentie bevat om de interactie in de lespraktijk te bevorderen. Het is uiteraard heel zinvol om naar docentkenmerken te kijken bij veranderprocessen, maar wanneer het middel om de verandering tot stand te brengen (de C van ICT) de potentie niet bevat dan zal de beoogde verandering niet tot stand kunnen komen. Om dit te onderzoeken zijn 40 leeractiviteiten science/binask en 31 leeractiviteiten wiskunde met bijbehorende selecties van digitale tools en apps onderzocht op hun interactieve kwaliteit. De interactieve kwaliteit van de leeractiviteit is daarbij vergeleken met de interactieve kwaliteit van de digitale tools en apps.
Tijdens de workshop gaan we dieper in op onze bevindingen en laten we zien hoe docenten hun voordeel kunnen doen met de opgebouwde kennis.

 
| pabo |    |    |
Josje van der Linden, Hogeschool iPabo
Leren voor de toekomst impliceert dat het reken-wiskundeonderwijs zich richt op het verwerven van wiskundige attitudes door leerlingen. Oonk en De Goeij wezen al in 2006 al op het belang van deze attitudes. In hun artikel in “Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk” groepeerden zij de attitudes onder de noemers ‘algemene houding ten aanzien van wiskunde’, ‘reflecterende houding’, ‘onderzoekende houding’, ‘communicatieve houding’ en ‘doelgerichte houding’. Voortbordurend hierop worden protocollen van interacties in de reken-wiskundeles geanalyseerd om in kaart te brengen hoe wiskundige attitudes van leerlingen zich voordoen in de onderwijspraktijk en hoe de ontwikkeling ervan ondersteund kan worden. Dit leidt tot narratives waarin wiskundige attitudes voorbeeldmatig uitgewerkt worden. Aan de hand van reeds ontwikkelde narratives maken de deelnemers van de workshop kennis met de opbrengsten van het lopende onderzoek.

Leerlingen ontwikkelen een onderzoekende houding
op het terrein van meetkunde en ‘programmeren’ met behulp van het digibord.

Het ontwerpen van een eiland als uitdagend voorbeeld
| pabo |    |    |
Daphne Rijborz, iPabo
Om leerlingen beter voor te bereiden op de toekomst, en een leven lang leren, zouden vakken meer in samenhang aangeboden moeten worden. Belangrijk daarbij is dat de kern van de betrokken vakken zichtbaar blijft, maar dat er ook een samenhangend vakdidactisch aanbod van meerdere vakken is dat leerlingen zal uitdagen tot leren. Onderwijs dat gericht is op de toekomst draagt tevens bij aan de nieuwsgierige houding van leerlingen, leert ze relevante vragen te stellen en strategieën te ontwikkelen om deze vragen te beantwoorden. In dit onderzoek staat de integratie van de vakken rekenen-wiskunde en aardrijkskunde centraal.

Deze twee vakken spelen een belangrijke rol bij het voorbereiden op de toekomst, waarbij leerlingen een snel veranderende wereld moeten verkennen. Het doel van het onderzoek is om het leren ‘blikwisselen’ tussen met een aardrijkskundige en de wiskundige bril naar de wereld kijken zal leiden tot een meerwaarde voor beide vakken en zo betekenisvoller onderwijs zal opleveren. Na een zoektocht naar een vakoverstijgende didactiek waarbij lerarenopleiders van beide vakken zijn geraadpleegd (zie het artikel voor de resultaten van dat onderzoek: https://vangorcumtijdschriften.nl/volgens-bartjens/artikel/volgens-bartjens-ontwikkeling-en-onderzoek-10/) is een onderzoeksopdracht ontwikkeld waarbij leerlingen van de plastic soep in de Grote Oceaan een eiland ontwerpen. Tijdens de uitvoering van deze opdracht waren we met name benieuwd naar welke elementen de leerlingen uit de twee vakken gebruiken om tot een ontwerp van een eiland te komen. De resultaten van dit proces en van de eilanden zullen tijdens deze workshop worden besproken. Daarna gaan we in gesprek over een vervolgopdracht voor leerlingen en over de mogelijke implicaties voor de opleidingsdidactiek voor studenten aan de Pabo.

Motieven, carrièrebeelden en carrièrepercepties
| 1eg   | 2eg |    |
Begüm Coskun, TU Delft; Alma Kuijpers, Universiteit Leiden; Els van Rooij, Rijks Universiteit Groningen
Versterken van de Educatieve minor WG14De huidige instroomcijfers van de educatieve minor en doorstroomcijfers naar de educatieve master sluiten momenteel onvoldoende aan op de behoefte aan meer bètadocenten. Er is daarom aan de Universiteit Leiden (o.l.v. Prof.dr. F. Janssen en dr. M. Dam), de Technische Universiteit Delft (o.l.v. Prof. dr. M. de Vries) en de Rijksuniversiteit Groningen (o.l.v. Prof. dr. M.J. Goedhart en dr. M. Fokkens-Bruinsma) onderzoek uitgevoerd gericht op de versterking van de educatieve minor en doorstroom naar de educatieve master. In het onderzoek stonden twee thema’s centraal.

1. Motieven, carrièrebeelden en carrièrepercepties
Binnen dit thema is onderzocht welke beelden bètastudenten hebben van diverse beroepen binnen de bètawereld en in het bijzonder wat hun percepties zijn van het lerarenberoep. Dit wordt gekoppeld aan hun professionele identiteit, waarden die zij belangrijk vinden in hun toekomstige carrière, hun self-efficacy ten aanzien van diverse beroepen en hun carrièreaspiraties. Tevens is gekeken naar het effect van het volgen van de educatieve minor op iemands beeld van het lerarenberoep, vakdidactische inzichten, self-efficacy in lesgeven en carrièreaspiraties.

2. Verbetering van de effectiviteit van de educatieve minor om de instroom van bètastudenten in de lerarenopleiding te verhogen
Binnen dit thema is de educatieve minor onderzocht vanuit twee invalshoeken:
– Hoe verloopt het keuzeproces van een bètastudent die uiteindelijk kiest voor een onderwijsbaan?
– In hoeverre worden de oorspronkelijke doelstellingen van de educatieve minor bereikt met de huidige opzet en curriculum?

Met een systeembril naar de biologie (leren) kijken
|    | 2eg | 1eg |
Melde Gilissen, Universiteit Utrecht / Bonhoeffer College Enschede
Biologische objecten, zoals cellen, dieren en ecosystemen kunnen als systeem worden beschouwd. Al deze systemen hebben een aantal kenmerken gemeen: ze zijn genest, bestaan uit een netwerk van componenten, hebben een in- en output, zijn zelfregulerend en vertonen dynamisch gedrag. Systeemdenken is de vaardigheid om over biologische systemen te redeneren met behulp van de systeemkenmerken. Systeemdenken kan dienen als kapstok om meer overzicht en samenhang te creëren, maar kan ook ingezet worden om meer kennis te vergaren over een specifiek systeem. Op dit moment worden met behulp van Lesson Study lessen ontwikkeld en getest om systeemdenken te bevorderen bij leerlingen in 4 HAVO. Tijdens de workshop zal systeemdenken als denkwijze verder worden toegelicht en zult u te weten komen wat een tangram te maken heeft met systeemdenken. Het ontwikkelde lesmateriaal zal deels uitgevoerd worden en u ontvangt een aantal concrete handvatten voor de implementatie van systeemdenken in het biologieonderwijs.

Een module over duurzaamheid en het ontwerpen van interdisciplinair onderwijs
|    | 2eg | 1eg |
Remco Vasterink, Hogeschool Utrecht; Jeff Gradener, Hogeschool Utrecht; Jelly Joustra, Hogeschool Utrecht
Het bètaonderwijs vraagt om docenten die kunnen opereren in een heterogeen team dat samen aan interdisciplinaire vraagstukken werkt. Aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht is in collegejaar 2018-2019 een nieuwe module uitgevoerd voor studenten natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek. Studenten werkten aan vakoverstijgende vraagstukken rond het thema duurzaamheid. Ook ontwikkelden zij zelf onderwijs rondom dit thema. Flankerend onderzoek werd uitgevoerd om de leerbehoefte van studenten en hun ervaringen met de module te achterhalen. De ervaringen en de tussentijdse resultaten vanuit het onderzoek worden tijdens deze werkgroep besproken.

Kunnen we er wat mee?
| pabo | 2eg |    |
Jeroen Sijbers, SLO; Bianca Schoeber, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen; Martin Vos, Fontys
Curriculum.nu heeft intussen haar adviezen opgeleverd en biedt de laatste mogelijkheid hierop te reageren, voordat deze worden overhandigd aan de minister. Wat zijn de implicaties voor de lerarenopleiders? In deze werkgroep gaan we met u in gesprek over de betekenis van een nieuw curriculum voor de lerarenopleiding. Welke rol speelt samenhang in de lerarenopleidingen? Verandert die rol? En hoe werken pabo’s samen met andere lerarenopleidingen om te werken aan een verbeterde doorlopende leerlijn tussen po en vo? Het doel van deze workshop is om ervaringen uit te wisselen. We willen u vragen de opgeleverde stukken van curriculum.nu voor het leergebied Mens en Natuur te bestuderen.

Pabo wiskunde in vol bedrijf
| pabo |    |    |
Ronald Keijzer, iPabo; Gerard Boersma, HAN Pabo; Ruud Houweling, VIAA; Wim Brouwer, Fontys Hogescholen
Beschrijving volgt.

Uitkomsten van project PARRISE voor de lerarenopleiding
|    | 2eg | 1eg |
Marie-Christine Knippels, Universiteit Utrecht
Ontwikkelingen in wetenschap en technologie verhogen vaak onze welvaart, maar zorgen ook voor nieuwe persoonlijke en maatschappelijke dilemma’s waar we in ons dagelijks leven mee te maken krijgen. Hoe gaan we om met klimaatverandering? Wat is de meest duurzame energiebron? Wil ik een erfelijkheidstest voor borstkanker ondergaan?
Bij dit soort vraagstukken spelen naast inhoudelijke kennis ook persoonlijke opvattingen en sociale normen en waarden een rol. Het is belangrijk leerlingen manieren van denken aan te leren waarmee zij ook in de toekomst een weloverwogen mening kunnen vormen en begrijpen welke invloed zij kunnen hebben op ontwikkelingen binnen de maatschappij.In deze workshop zullen we werken vanuit het raamwerk van ‘Socio-Scientific Inquiry-Based Learning’ (SSIBL), ontwikkeld in het PARRISE-project en breed getest in lerarenopleidingen in Europa. Het doel is leerlingen zelf via onderzoekend leren rondom maatschappelijke vraagstukken te laten inzien dat naast natuurwetenschappelijke kennis ook informatie nodig is over welke belanghebbenden een rol spelen en welke argumenten zij inbrengen. Leerlingen worden uitgedaagd zich bewust te worden van mogelijke handelingsperspectieven.
Aan de hand van concrete dilemma’s geef ik voorbeelden van verschillende werkvormen om leerlingen tot een geïnformeerd besluit te laten komen en om de klassikale dialoog te ondersteunen.
Deze workshop is tevens verzorgd voor de NIBI-conferentie 2016 en in het U-Talent nascholingsprogramma.

Met o.a. ‘antwoorden formuleren binnen de bètavakken’
|    |    | 1eg |
Talitha Visser, Universiteit van Twente; John Hukom, Hogeschool van Amsterdam; Ruud Kok, Hogeschool van Amsterdam; Leontine de Graaf, Universiteit Twente
Docenten zien bij hun leerlingen vaak vaag geformuleerde antwoorden. Het is goed om aandacht te besteden aan het helder formuleren van antwoorden. In deze werkgroep willen we hier graag met u over discussiëren en laten we u kennismaken met een ontworpen lessenreeks redeneren/formuleren.

Het voeren van een vakinhoudelijk dialoog met de klas
|    | 2eg | 1eg |
Sonia Palha, Hogeschool van Amsterdam; Daan van Smaalen, Hogeschool van Amsterdam
Het voeren van een vakinhoudelijk dialoog met de klas is voor veel leraren een uitdaging. In onderzoek naar klassendialogen staan modellen die goed te gebruiken zijn in de dagelijkse lespraktijk. Een van deze modellen is de Five Practices (Stein, Engle, Smith, & Hughes, 2008). In deze workshop laten we de deelnemers op een interactieve en ‘Five Practices’-achtige manier kennismaken met dit model. We gebruiken hiervoor opdrachten en voorbeelden die we in onze lessen vakdidactiek (eerstegraads masteropleiding wiskunde) gebruiken.

Succeservaringen en dilemma’s
|    | 2eg |    |
Dédé de Haan, NHL; Marco Mazereeuw, NHL
In deze werkgroep presenteren we hoe we bij de tweedegraads lerarenopleidingen biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde aan NHL Stenden Hogeschool het Vakdidactisch Ontwerp (één van de eindwerken) vormgeven. We gebruiken hiervoor de Lesson Study-methode en zoeken naar manieren om deze methodiek geschikt te maken voor allerlei onderwijssituaties. Ook in het (v)mbo. Studenten en opleiders ervaren zowel meerwaarde als dilemma’s – beide willen we de deelnemers voorleggen.
In de werkgroep maak je kennis met de manier waarop wij werken en denken maar ook met manieren van werken en denken van andere deelnemers. Door uitwisseling en door het gesprek te richten op kernsuccessen en -dilemma’s proberen we weer een stap dichter bij het “onderzoekend vermogen” te komen dat bij leraren past. Het doel van de werkgroep is dan ook voortgang te boeken in het denken hierover.

Ervaringen uit twee Erasmus+ projecten
|    | 2eg | 1eg |
Michiel Doorman, Universiteit Utrecht; Monica Wijers, Universiteit Utrecht; Claire Boerée, Universiteit Utrecht; Amy Mol, Universiteit Utrecht
Didactiek is altijd in beweging, en recentelijk wordt er van docenten (wiskunde, natuurwetenschappen) meer gevraagd op het gebied van (culturele) verschillen. Hoe moeten lerarenopleidingen hier aandacht aan besteden? In deze workshop willen we ervaringen delen uit twee Europese projecten, waarin het begrip ‘inclusive science education’ centraal staat.
De twee Erasmus+ projecten zijn: (1) IncluSMe (Intercultural learning in mathematics and science initial teacher education): aandacht voor intercultureel leren in curricula van de lerarenopleidingen STEM en (2) MaSDiV (Supporting mathematics and science teachers in addressing diversity and promoting fundamental values): (Culturele) diversiteit in wiskunde en beta-vakken onderbouw vo. In dit laatste project werden drie nascholingsmodules ontwikkeld: (a) Rekening houden met verschillende prestatieniveaus (b) Gebruikmaken van betekenisvolle en relevante contexten en (c) Rekening houden met culturele verschillen in de klas.
De werkgroep levert concrete aandachtspunten (en materialen) hoe in de opleiding aandacht te besteden aan inclusief onderwijs.

Geen presentatie, maar collegiale afstemming
|    | 2eg | |
Gerald van Dijk, Hogeschool Utrecht
Deze conferentie biedt de gelegenheid om ‘vakdidactische overleggen’ te voeren,
in dit geval overleg tussen lerarenopleiders techniek.

 

ELWIeR en Ecent heten u welkom op deze nieuwe gezamenlijke website