Rekenrek
| PO |
Het rekenen tot twintig is de basis van de basisvaardigheden. En hoewel het centraal staat in het rekenen in groep 3 en 4 blijken veel kinderen de gestelde doelen niet te halen binnen de daarvoor beschikbare tijd, ongeacht de aard van het genoten onderwijs.
Rekendidactici zoeken reeds lang de oplossing van de problematiek rond het leren van de basisautomatismen in het werken met adequate structureringen van hoeveelheden als relevante fase in het onderwijsleerproces. Structurering biedt kinderen een extra steunpunt voor het verkorten van de basisoperaties. Het rekenrek (zie afbeelding) is een hulpmiddel voor het leren automatiseren. Er zijn drie structureringen samengebracht: de vijf-, de dubbel- en de tienstructuur.
Verwijzingen
- Feijs, E. (1989). Ervaringen met het rekenrek Willem Bartjens, 9(2), 94–100.
- Menne, J. (2008). Waarom is het niet de bedoeling dat kinderen rekenen op een rekenrek? Volgens Bartjens, 27(5), 33–34.
- Treffers, A. (1990). Rekenen tot twintig met het rekenrek. Beknopte schets van een onderwijsprogramma Willem Bartjens, 10(1), 35–45.
- Treffers, A., De Moor, E. W. A. and Feijs, E. (1989). Het rekenrek Willem Bartjens, 8(3).
- Van den Berg, W. and Van Eerde, H. A. A. (1993). De veerkracht van het rekenrek (PDF) Panama-Post. Tijdschrift voor reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 12(1), 4–15.
- Van den Berg, W. and Van Eerde, D. (1992). Geef me de vijf. Een onderzoek naar de waarde van de vijfstructuur voor het leren automateriseren van de optel- en aftrektafels tot twintig.
- Van Eerde, H. A. A. and Te Woerd, E. D. H. M. (1994). Het rekenrek: een hulpmiddel met gebruiksaanwijzing (PDF). In Panama Cursusboek 12 speciaal rekenen (pp. 123–131). Utrecht: SOL coproduktie met: OW & OC, RU Utrecht.
