Advies Onderwijsraad – Kijk anders naar toetsing
| PO | VO | MBO |
De kerndoelen en eindtermen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs worden vernieuwd. Dit vergt doordenking van de manier van toetsing. In de huidige onderwijspraktijk dient één toets vaak verschillende functies. Deze ‘functievermenging’ heeft nadelen. De raad adviseert daarom de overheid en scholen functievermenging van toetsing te beperken. Dat kan door de functies die toetsing vervult voor onderwijs en leren te beschermen en de kwaliteit van toetsen die (ook) selectiefuncties dienen, te verhogen. En wanneer toetsresultaten worden gebruikt bij evaluaties, is het zaak deze in het perspectief te plaatsen van het geheel van onderwijsdoelen. Dit alles is nodig om de nieuwe kerndoelen en eindtermen over de volle breedte te realiseren.
Advies: beperk functievermenging bij toetsing. Toetsen vervullen verschillende functies:
- onderwijsleerfuncties: toetsen bieden ondersteuning bij het onderwijs en leren, ze helpen leerlingen en leraren bijvoorbeeld om hun aandacht te richten op wat leerlingen nog niet beheersen of hebben ervaren;
- selectiefuncties: toetsen bieden onderbouwing voor beslissingen over plaatsing (welke schoolsoort in het voortgezet onderwijs gaat de leerling volgen), bevordering (gaat de leerling over naar het nieuwe leerjaar) en diplomering (krijgt de leerling een diploma);
- evaluatiefuncties: toetsen bieden indicaties voor de onderwijskwaliteit, ze helpen conclusies te onderbouwen voor de kwaliteitszorg en verantwoording.
Aanbeveling 1: bescherm onderwijsleerfuncties van toetsing
Om de onderwijsleerfuncties van toetsing te beschermen, beveelt de raad ten
eerste aan toetsing vooral te benutten om naar onderwijsdoelen toe te werken en minder voor selectie te gebruiken. Dit impliceert dat toetsen minder vaak ‘meetellen voor het rapport’, of ‘als stok achter de deur’ dienen om leerlingen te motiveren aan het werk te gaan. Ten tweede beveelt de raad scholen aan de leerlingvolgtoetsen in beginsel alleen voor onderwijsleerfuncties in te zetten. Ten derde pleit de raad ervoor dat scholen helderheid scheppen over wanneer onderwijsdoelen die in het verlengde liggen van de kerndoelen en eindtermen, bereikt zijn.
Aanbeveling 2: verhoog kwaliteit van toetsing met selectiefuncties
Het combineren van selectiefuncties met onderwijsleer- en evaluatiefuncties leidt er nu soms toe dat concessies worden gedaan aan de betrouwbaarheid van toetsing die nodig is om selectiebeslissingen te onderbouwen. Een voorbeeld is het hanteren van meerdere varianten van de doorstroomtoets. Dit biedt ruimte om aan te sluiten bij de aanpak van een school, maar blijkt te leiden tot verschillende uitkomsten in de schooladvisering.
Bij de landelijke toetsing pleit de raad ervoor dat de overheid één doorstroomtoets van één aanbieder invoert.
Bij de schooleigen toetsing pleit de raad ervoor op elke school in het basis- en voortgezet onderwijs een toetsingscommissie in te stellen, die intern toezicht houdt op de kwaliteit van de toetsing
Aanbeveling 3: benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.
De raad pleit er allereerst voor dat scholen bij de evaluatie van onderwijsdoelen naast landelijke toetsen ook andere gegevens gebruiken, zoals schooleigen
toetsen en gegevens over het onderwijsaanbod. Verder bepleit de raad collegiale audits door toetsingscommissies in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs.
De commissie van de ene school gaat na of een andere school onderwijsdoelen
die in het verlengde liggen van de kerndoelen en eindtermen, breed zichtbaar maakt.
