Expertisenetwerk Bèta Onderwijs

Advies Onderwijsraad – Kijk anders naar toetsing

| PO | VO | MBO |

Kijk anders naar toetsing. (2026). Onderwijsraad.

onderwijsraad.nl/kijk-anders-naar-toetsing.
Download rapport

 

De kerndoelen en eindtermen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs worden vernieuwd. Dit vergt doordenking van de manier van toetsing. In de huidige onderwijspraktijk dient één toets vaak verschillende functies. Deze ‘functievermenging’ heeft nadelen. De raad adviseert daarom de overheid en scholen functievermenging van toetsing te beperken. Dat kan door de functies die toetsing vervult voor onderwijs en leren te beschermen en de kwaliteit van toetsen die (ook) selectiefuncties dienen, te verhogen. En wanneer toetsresultaten worden gebruikt bij evaluaties, is het zaak deze in het perspectief te plaatsen van het geheel van onderwijsdoelen. Dit alles is nodig om de nieuwe kerndoelen en eindtermen over de volle breedte te realiseren.

De kerndoelen en eindtermen van het basis- en voortgezet onderwijs worden vernieuwd. Dit betekent een verandering van wat leerlingen moeten kennen en kunnen (beheersingsdoelen), welke ervaringen zij moeten opdoen (ervaringsdoelen) en wat scholen moeten aanbieden (aanbodsdoelen). De aanpassing van deze kaders heeft implicaties voor de wijze waarop onderwijsdoelen worden getoetst. Op verzoek van de Tweede Kamer gaat de Onderwijsraad na hoe toetsing adequaat vorm kan krijgen in het licht van de nieuwe kerndoelen en eindtermen.
Het advies bestrijkt diverse vormen van toetsing, waaronder landelijke toetsing (doorstroomtoetsen, volgtoetsen, centrale examens) en schooleigen toetsing (zoals schoolexamens, methodetoetsen, proefwerken, praktijkopdrachten en oefentoetsen). Daarbij kijkt de raad zowel naar het ontwerpen, afnemen en beoordelen van de toetsen, als naar het gebruik van de toetsresultaten en de gevolgen voor de onderwijsdoelen, het onderwijsleerproces, de organisatie van het onderwijs en de brede evaluatie van het onderwijs.
Toetsen vervullen verschillende functies:

  • onderwijsleerfuncties: toetsen bieden ondersteuning bij het onderwijs en leren, ze helpen leerlingen en leraren bijvoorbeeld om hun aandacht te richten op wat leerlingen nog niet beheersen of hebben ervaren;
  • selectiefuncties: toetsen bieden onderbouwing voor beslissingen over plaatsing (welke schoolsoort in het voortgezet onderwijs gaat de leerling volgen), bevordering (gaat de leerling over naar het nieuwe leerjaar) en diplomering (krijgt de leerling een diploma);
  • evaluatiefuncties: toetsen bieden indicaties voor de onderwijskwaliteit, ze helpen conclusies te onderbouwen voor de kwaliteitszorg en verantwoording.

De raad constateert dat in de huidige onderwijspraktijk aan één
toets vaak verschillende functies worden toegekend. Neem de
leerlingvolgtoetsen die basisscholen vanaf leerjaar 3 regelmatig
afnemen om taal- en rekenvaardigheden van leerlingen te volgen.
Deze leerlingvolgtoetsen hebben oorspronkelijk een onderwijsleerfunctie,
maar veel scholen gebruiken ze ook voor bevordering
en schooladvisering (selectie) en verantwoording van onderwijs-
kwaliteit (evaluatie).
Deze functievermenging heeft nadelen. Het combineren van de
functies leidt ertoe dat de onderwijsleerfuncties van toetsing overschaduwd
raken. Schoolteams en leerlingen richten zich dan op
een hoge toetsscore en bijvoorbeeld niet meer op de feed-back die
de toets geeft. Ook kan er blikvernauwing ontstaan. De focus komt
eenzijdig te liggen op dat deel van de taal- en rekendoelen waarover de
leerlingvolgtoets gaat (zoals aspecten van leesvaardigheid). Daarmee
raken andere onderwijsdoelen (zoals mondelinge taalvaardigheid) uit het
zicht. Ten derde kan functievermenging leiden tot kansenongelijkheid,
omdat de selectiebeslissing een smalle basis heeft. Leerlingen kunnen
slecht scoren op leerlingvolgtoetsen, terwijl ze andere onderwijsdoelen
die de toets niet bestrijkt, juist goed weten te realiseren, of andersom.

Deze functievermenging en de gevolgen ervan komen niet alleen
voor bij volgtoetsen, maar ook bij de doorstroomtoets, eindexamens en
(overige) schooleigen toetsen. De raad adviseert de overheid en scholen
functievermenging te beperken. Dat kan op een aantal manieren. Zo
kunnen functies meer worden gescheiden door toetsen vaker voor
slechts één functie in te zetten of door een functie minder zwaar te laten
wegen bij de toetsing. Wordt toch gekozen voor functievermenging, dan
is het zaak de nadelige gevolgen tegen te gaan.
Beperken van functievermenging is extra belangrijk in het licht van de
nieuwe kerndoelen en eindtermen. Die benadrukken namelijk complexe
vaardigheden (zoals het lezen en schrijven van langere betogende
teksten) en ervaringsdoelen (zoals ervaren hoe het is om samen te
werken met klasgenoten die een andere mening hebben). Zulke doelen
zijn niet goed te realiseren wanneer als gevolg van blikvernauwing bij
toetsing de focus in het onderwijsleerproces versmalt tot meetbare
beheersingsdoelen. Zo is de beheersing van mondelinge taalvaardigheid
niet geborgd zolang toetsing, op het gebied van taal, voornamelijk
beperkt blijft tot deelvaardigheden van lezen.

Aanbeveling 1: bescherm onderwijsleerfuncties van toetsing

Om de onderwijsleerfuncties van toetsing te beschermen, beveelt de raad ten
eerste aan toetsing vooral te benutten om naar onderwijsdoelen toe te werken en minder voor selectie te gebruiken. Dit impliceert dat toetsen minder vaak ‘meetellen voor het rapport’, of ‘als stok achter de deur’ dienen om leerlingen te motiveren aan het werk te gaan. Ten tweede beveelt de raad scholen aan de leerlingvolgtoetsen in beginsel alleen voor onderwijsleerfuncties in te zetten. Ten derde pleit de raad ervoor dat scholen helderheid scheppen over wanneer onderwijsdoelen die in het verlengde liggen van de kerndoelen en eindtermen, bereikt zijn.

Aanbeveling 2: verhoog kwaliteit van toetsing met selectiefuncties

Het combineren van selectiefuncties met onderwijsleer- en evaluatiefuncties leidt er nu soms toe dat concessies worden gedaan aan de betrouwbaarheid van toetsing die nodig is om selectiebeslissingen te onderbouwen. Een voorbeeld is het hanteren van meerdere varianten van de doorstroomtoets. Dit biedt ruimte om aan te sluiten bij de aanpak van een school, maar blijkt te leiden tot verschillende uitkomsten in de schooladvisering.
Bij de landelijke toetsing pleit de raad ervoor dat de overheid één doorstroomtoets van één aanbieder invoert.
Bij de schooleigen toetsing pleit de raad ervoor op elke school in het basis- en voortgezet onderwijs een toetsingscommissie in te stellen, die intern toezicht houdt op de kwaliteit van de toetsing

Aanbeveling 3: benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.

De raad pleit er allereerst voor dat scholen bij de evaluatie van onderwijsdoelen naast landelijke toetsen ook andere gegevens gebruiken, zoals schooleigen
toetsen en gegevens over het onderwijsaanbod. Verder bepleit de raad collegiale audits door toetsingscommissies in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs.
De commissie van de ene school gaat na of een andere school onderwijsdoelen
die in het verlengde liggen van de kerndoelen en eindtermen, breed zichtbaar maakt.

ELWIeR en Ecent als één STEM