Uniforme eisen opleidingstrajecten mbo-docenten
| MBO |
Anno 2026:
“In de wet komen extra eisen voor huidige en toekomstige docenten Nederlands, rekenen en burgerschap” (Info OCW -> MBO -> Basisvaardigheden).
Met het oog op de nieuwe wet Aanvullende opleidingseisen voor mbo-rekendocenten heeft het practoraat geïnventariseerd wat de huidige stand van zaken is voor wat betreft het opleiden van rekendocenten en welke wensen voor de nabije toekomst er zijn op het gebied van scholing en opleiding van rekendocenten. Doel is om hiermee aanbevelingen te kunnen doen voor een uitvoeringsplan dat aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de instellingen. Er hebben 22 instellingen hebben deelgenomen. Door middel van een korte vragenlijst en focusgesprekken zijn de gegevens verzameld.
Resultaten van het onderzoek geven aan dat instellingen scholing voor rekendocenten op dit moment organiseren: 1) binnen de eigen instelling met een opleiding Rekendocent door eigen opleiders (aanbod ontwikkeld samen met een hbo of met het Rekencollectief); 2) in de eigen instelling in samenspraak met een hbo-instelling en opleiders vanuit het hbo; 3) bij een hbo-instelling. Daarbij wordt aangegeven dat de opleiding rekendocent die gebaseerd is op het Raamwerk Scholing en Nascholing van ca. 10 ec een gedegen basis biedt om als rekendocent in het mbo te kunnen werken.
Aanbevolen wordt om deze drie vormen van opleiden (door eigen mbo-academie, samen met hbo, in het hbo) te blijven benutten, daarbij een fasering aan te brengen (basis, gevorderd, expert van ieder 10 ec) met prioriteit voor het opleiden tot basisniveau (10 ec) en ruim de tijd voor de gevorderde niveaus.
Vooraf: Dit schrijven is opgesteld door het projectteam basisvaardigheden dat als afgebakende opdracht de ontwikkeling van de drie bijscholingstrajecten Nederlands, rekenen en burgerschap voor docenten in het mbo heeft. Onderstaande tekst bevat antwoorden op vragen die veel gesteld worden aan de ontwikkelaars van de professionaliseringstrajecten basisvaardigheden en andere betrokkenen bij de lerarenopleidingen. De antwoorden zijn opgesteld vanuit het perspectief van deze ontwikkelaars en opleiders. Specifieke vragen met betrekking tot wetgeving, de vormgeving en achtergrond daarvan, kunnen het beste rechtstreeks aan de wetgever zelf gesteld worden. Specifieke vragen met betrekking tot de implementatie en deelname aan de professionaliseringstrajecten kunnen het best aan de specifieke opleidingen gesteld worden.
Beste heer, mevrouw, U bent geïnteresseerd in de opleidingseisen mbo-docenten basisvaardigheden: Nederlands, rekenen en burgerschap. In het wetsvoorstel vereisten mbo-docenten1 basisvaardigheden (beoogde inwerkingtreding 1 augustus 2027) worden aanvullende eisen gesteld aan docenten die onderwijs verzorgen in Nederlandse taal, rekenen en burgerschap. Docenten die niet aan de vereisten voldoen voor het onderdeel waarin zij les willen geven (i.e. Nederlands, rekenen en/of burgerschap), moeten een aanvullend professionaliseringstraject (maximaal 30 studiepunten) volgen. Afgelopen jaar heeft er, in samenwerking met het veld, een onderzoek plaatsgevonden naar de inhoud van deze opleidingstrajecten (zie bijlage 1). Deze uitkomsten zijn op 19 mei 2025 aan de Tweede Kamer gedeeld en vastgesteld.
In het verlengde van deze ontwikkeling heeft OCW, vooruitlopend op de wetgeving, de lerarenopleidingen via ADEF op 1 januari 2026 de opdracht gegeven om aanbod te ontwikkelen op de basisvaardigheden rekenen, Nederlands en burgerschap voor het mbo. Het gaat om drie bijscholingstrajecten van 30 EC. Elk voor één van de genoemde basisvaardigheden. De trajecten worden ontwikkeld in kalenderjaar 2026 en onder voorbehoud van de wetgeving uitgerold in 2027.
Projectteams basisvaardigheden
ADEF heeft drie deelprojectteams aangesteld met experts en opleiders vanuit de lerarenopleidingen. De projectteams houden zich bezig met de aanbodontwikkeling van de opleidingstrajecten. Zij zullen voor de ontwikkeling van het aanbod tevens hun netwerken binnen de hogescholen en mboinstellingen aanspreken en raadplegen. Verdere implementatie en uitvoering liggen bij de desbetreffende lerarenopleidingen. Ondanks het gegeven dat de precieze wetgeving nog in ontwikkeling is (zie ook wetgevingskalender.overheid.nl), is er een aantal kaders waarbinnen de ontwikkeling plaats vindt.
Aanverwante lerarenopleidingen
Momenteel is het voorstel dat docenten (zowel zittende als nieuwe) met een getuigschrift van een lerarenopleiding Nederlands, wiskunde of maatschappijleer direct benoembaar zullen zijn voor de direct aanverwante basisvaardigheid. Deze opleidingen komen namelijk inhoudelijk overeen met de opleidingseisen zoals vastgesteld in het adviesrapport uniforme opleidingseisen basisvaardigheden mbo. Dit voorstel zal worden vastgelegd in lagere regelgeving en na de zomer in internetconsultatie worden gebracht. Vanuit een aantal andere lerarenopleidingen wordt gekeken of het mogelijk is in de toekomst op te leiden voor een benoembaarheid burgerschap*.
Verder zal in de lagere regelgeving worden opgenomen dat docenten met een pabo-diploma in combinatie met een PDG benoembaar zijn voor zowel rekenen als Nederlands. Overige opleidingen bieden op dit moment geen directe benoembaarheid om in het mbo als docent Nederlands, rekenen of burgerschap te kunnen werken. Docenten van deze overige opleidingen zullen bovenop een ander getuigschrift van een lerarenopleiding of PDG een getuigschrift moeten behalen voor de desbetreffende basisvaardigheid. Dit kan door het daarvoor bestemde opleidingstraject te volgen.
Wetgeving
Het streven is dat de nieuwe wetgeving per 1 augustus 2027 van kracht wordt. Pas wanneer de berichten hierover in de Staatscourant zijn gepubliceerd, kan met zekerheid gezegd worden wanneer de wetgeving van kracht wordt en hoe deze er precies uitziet.
Vrijstellingen en EVC’s
In lagere regelgeving bij het wetsvoorstel wordt vastgelegd welke lerarenopleidingen ervoor zorgen dat je geen aanvullende professionalisering meer hoeft te volgen, zie het kopje Aanverwante lerarenopleidingen. In andere gevallen wordt er in een scholingsverklaring vastgesteld welke scholing nog nodig is. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de enorme variatie aan kennis en competenties (EVC’s) van de betrokken docenten, al dan niet verkregen door jaren ervaring of eerder gevolgde bijscholingen. Het projectteam stelt een lijst samen met aanverwante opleidingstrajecten voor elk van de drie basisvaardigheden, zodat op voorhand al kan worden aangegeven welke verplichte kennis en vaardigheden daarmee reeds zijn verworven.
Uitvoering
De trajecten worden onder voorbehoud van de wetgeving uitgerold in 2027. De wens vanuit zowel OCW als de opleidingen is een hoge mate van harmonisatie te realiseren tussen de aangeboden trajecten van de verschillende aanbieders. Ook heeft OCW ADEF de opdracht gegeven waar mogelijk afspraken te maken over standaardisatie in de wijze waarop maatwerk met bijbehorende kwaliteitsborging wordt geleverd. Hierbij wordt ruimte gelaten in planning en roostering om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de verscheidenheid in behoefte van de verschillende mbo-instellingen. Het is verplicht gesteld dat getuigschriften die voortvloeien uit het 30-EC-opleidingstraject worden uitgegeven door een WHW-instelling.
Invoering
Het plan dat voorligt, bevat de volgende onderdelen met betrekking tot de invoering.
• Zittende docenten (gestart voor 1 augustus 2027) krijgen door overgangsrecht zes jaar de tijd om te starten met een traject. Hierbij is het verzoek aan mbo-instellingen wel om waar mogelijk zo snel mogelijk bij te scholen.
• Nieuwe docenten (gestart na 1 augustus 2027) moeten gelijk met het opleidingstraject starten als zij beginnen met lesgeven in een van de basisvaardigheden. En hebben ook twee jaar de tijd om het opleidingstraject af te ronden en mogelijkheid op verlenging met twee jaar in bijzondere gevallen.
• Docenten (zowel zittende als beginnende) hebben na inschrijving twee jaar de tijd om het opleidingstraject af te ronden. Deze periode kan in bijzondere gevallen (ziekte, zwangerschap, andere zorgtaken) nog eens met twee jaar worden verlengd.
We delen deze informatie omdat de voorbereidingen rondom de wetgeving veel vragen oproepen en eenduidige communicatie vanuit de hogescholen naar de mbo-partners belangrijk is. Bovenstaand bericht is afgestemd met OCW en geeft ten tijde van dit schrijven de meest recente stand van zaken. De wetgeving is, zoals meermaals aangegeven, nog niet vastgesteld. Tot publicatie in de Staatscourant blijft de hierboven beschreven invoeringsregeling concept, waardoor de inhoud van het wetsvoorstel nog kan veranderen.
Met vriendelijke groet, Basten Berg Projectleider Ontwikkeling nascholingstrajecten mbo-docenten basisvaardigheden (juni 2026)
*De lerarenopleidingen Pedagogiek, Omgangskunde en Geschiedenis willen door middel van de nieuwe kennisbasis ook graag opleiden tot directe benoembaarheid burgerschap. Ook de School voor Toegepaste Filosofie wil met een zij-instroomtraject opleiden tot directe benoembaarheid. Of dit kan, wordt op een later moment door OCW beoordeeld. Zeker is dat studenten die vóór 2026-2027 met hun opleiding zijn gestart aan een van deze opleidingstrajecten niet direct benoembaar zijn als docent burgerschap en daarmee een bijscholing zullen moeten volgen.
OCW heeft ADEF de opdracht gegeven om een landelijk, hbo-niveau bijscholingsaanbod te (laten) ontwikkelen voor mbo-docenten basisvaardigheden. Het aanbod moet docenten kwalificeren voor het geven van onderwijs in taal, rekenen en burgerschap in het mbo, conform de uniforme opleidingseisen (adviesrapport) en binnen de kaders van OCW.
Het project levert per basisvaardigheid een compleet, uitvoerbaar onderwijsontwerp op, inclusief toetsing/assessment. Hierbij is het uitgangspunt landelijke harmonisatie op leeruitkomsten, toetsing en inhoud, zodat meerdere educatieve opleidingen het aanbod consistent kunnen aanbieden.
Succescriteria:
- Het aanbod dekt alle leeruitkomsten uit het adviesrapport per basisvaardigheid.
- Het aanbod is 30 EC in omvang en het niveau is aantoonbaar hbo/NLQF6.
- Er is een eenduidig afsluitend assessment en een toets- en beoordelingskader.
- Er is een landelijk kader voor maatwerk-/EVC- en vrijstellingsbeleid.
- Afstemming met het mbo-veld heeft herleidbaar plaatsgevonden.
Het gaat om de volgende docenten:
- Mbo-docenten die (gaan) lesgeven in taal, rekenen of burgerschap en die vallen onder:
- mbo docenten met PDG
- mbo docenten met niet-aanverwante 1e/2e graads lerarenopleiding
- NB: het ministerie van OCW werkt aan een lijst met bacheloropleidingen waarmee afgestudeerden direct benoembaar zijn voor één of meerdere basisvaardigheden.
En het gaat om deze producten (op te leveren december 2026):
- Landelijk curriculumontwerp 30 EC (onderwijs). Eerste draft zomer 2026
- Landelijk kader toetsing en beoordeling (incl. rubrics en validiteitseisen). Eerste draft mei 2026
- Landelijk kader maatwerk/EVC- en vrijstellingen (vrijstelling en EVC’s)
Algemeen
Het doel van het wetsvoorstel is om te zorgen dat docenten Nederlands, rekenen en burgerschap goed zijn opgeleid, zodat studenten onderwijs krijgen van kwalitatief goede docenten. Om dit doel te bereiken, worden docenten Nederlands, rekenen en burgerschap verplicht om via een behaalde opleiding aan te tonen dat ze over de juiste kennis vaardigheden beschikken. In de praktijk betekent dit dat een docent die over een pedagogisch-didactisch getuigschrift (PDG) of getuigschrift van een niet aanverwante eerste- of tweedegraads lerarenopleiding beschikt, een extra opleidingstraject zal moeten volgen (maximaal 30 studiepunten) om nog ingezet te kunnen worden voor het verzorgen van onderwijs in Nederlands, rekenen of burgerschap. Dit opleidingstraject is gericht op vakinhoud en vakdidactiek Nederlands, rekenen of burgerschap in het mbo.
Hieronder de vragen van de internetconsultatie (met antwoorden van Vincent Jonker, Universiteit Utrecht)
Vraag 1
Wilt u reageren op dit wetsvoorstel? Dan kunt u hier een reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een bericht te uploaden.
Antwoord 1
Eerder waren we vanuit de lerarenopleidingen wiskunde en rekenen (2e/1e-graads en pabo, elwier.nl) en ook vanuit expertisepunt rekenen-wiskunde (exprw.nl) al betrokken bij advisering bij deze plannen. In essentie vanuit onze expertise op het gebied van (de didactiek van) rekenen-wiskunde, maar ook in bredere zin w.b. de discussie over basisvaardigheden, en dan met name de samenhang tussen rekenen-wiskunde, taal, digitale geletterdheid en burgerschap. Vanuit die expertise(s) hebben wij geadviseerd bij dit rapport: De Visser, M. e.a. (2025). Uniforme opleidingseisen mbo-docenten basisvaardigheden. https://www.fisme.science.uu.nl/publicaties/literatuur/2025_adviesrapport_uniforme_opleidingseisen_mbo-docenten.pdf
We geven graag in het verlengde van die adviserende rol graag nog een reactie in deze consultatieronde.
Vraag 2
Het wetsvoorstel gaat uit van een overgangstermijn van vijf jaar. Is dit volgens u voldoende tijd voor huidige docenten om te voldoen aan de nieuwe wet? (Zie voor nadere toelichting op het overgangsrecht paragraaf 9.2 uit de memorie van toelichting.).
Antwoord 2
Er wordt in de voorgestelde implementatie te veel uitsluitend gekeken naar de lerarenopleidingen bij deze nieuwe eisen, en te weinig naar de mbo-opleidingen. Er zou meer geborgd moeten zijn dat er samengewerkt wordt vanuit de eigen opleidingskracht van mbo-instellingen en de rol van nascholing/opleiding van o.a. hbo-instellingen.
Natuurlijk is het zaak helder te kunnen communiceren over bevoegdheid en bekwaamheid. W.b. bekwaamheid heeft OCW onlangs (2023) nog een opdracht gegeven w.b. de update van het ‘raamwerk scholing en nascholing docent rekenen/gecijferdheid’. Dit resulteerde in een – in het mbo-veld – veelgebruikt document http://elwier.nl/raamwerk-docent-rekenen-gecijferdheid/, o.a. w.b. de rol die dit document speelt in de ‘conversietabel vakken’ https://wetten.overheid.nl/BWBR0031802/2024-08-01. In zekere zin is met dat document dus helderheid (en een op mbo toegespitste werkwijze) ontstaan waar de bekwaamheid van de ‘rekendocent mbo’ zowel in opleiding als nascholing is/wordt geborgd.
Met de nieuwe plannen kan er een tweledig probleem ontstaan:
1. Lerarenopleidingen: Bedenk dat veel lerarenopleidingen (en hun opleiders) weinig ervaring hebben met het mbo (en het onderwijs en de vaardigheden waar het bij deze eisen over gaat). Deze mening wordt ook gedeeld door de opleidingen zelf (weten wij uit ons samenwerkingsverband elwier.nl). Dit verander je niet zo maar in 5 jaar. Misschien in 10 jaar. Opleidingsdocenten zullen zelf nascholing moeten ontvangen om deze taken te kunnen uitvoeren, en wij zien graag dat dit in samenspraak met het mbo-veld gebeurt. Overigens lijkt dit ook geen goedkope maatregel, en ook niet erg op het probleem toegesneden.
2. MBO-opleidingen: deze opleidingen richten zich ten eerste op de inhouden uit het register kwalificatiestructuur (https://kwalificatie-mijn.s-bb.nl/). Het blijft van groot belang dat het predicaat van goed beroepsonderwijs verankerd blijft in de belangrijke taak om bekwame professionals op te leiden. De aandacht voor ‘basisvaardigheden’ (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/basisvaardigheden) vraagt een consequentie aanpak over de gehele (beroeps)opleiding, van jongs af aan. Het zou niet goed zijn als de professionele aandacht voor basisvaardigheden in het mbo (en hoe mbo-instellingen dit organiseren) te zeer los komt te staan van die primaire opleidingstaak van het mbo. De huidige wetswijziging geeft te weinig vertrouwen dat daar voldoende (en door de juiste partijen) aandacht aan is besteed.
Vraag 3
Het wetsvoorstel gaat uit van een termijn van twee jaar om het opleidingstraject van 30 studiepunten te voltooien. Deze twee jaar kan, indien daar redenen voor zijn, verlengd worden met nogmaals twee jaar. Is deze tijd voldoende om dit opleidingstraject af te ronden naast een baan als docent? (Zie voor nadere toelichting paragraaf 2.4.4 uit de memorie van toelichting.).
Antwoord 3
De nascholing zoals deze wordt beschreven (30 EC per onderdeel) is een zware taak voor zowel de persoon die deze nascholing volgt als de mbo-instelling die daar ruimte voor maakt. Opmerkingen bij dit punt:
1 – Omvang. Hoe is men aan deze omvang gekomen? Is dat een redenering geweest vanuit het hbo, of uit de aard van de zaak van de beschreven vaardigheden? Uit ervaring is bekend dat bij het bepalen van omvang/zwaarte een meer gedifferentieerde aanpak hogere ogen gooit w.b. kwaliteit.
2 – Eerder verworven competenties. Dit punt is slecht tot niet goed uitgewerkt in de huidige plannen, en dit zal een grote groep professionals frusteren. Let wel dat er in de afgelopen 15 tot 20 jaar een docentencorps is gegroeid die met instrumenten als het referentiekader taal-en-rekenen en de nieuwe rekeneisen Berben, H. (Ed.). (2020). Rekeneisen voor het middelbaar beroepsonderwijs. OCW. https://www.fi.uu.nl/publicaties/literatuur/2020_advies_rekeneisen_mbo.pdf
3 – BBL. Hier is vaak weinig ruimte in de opleiding voor specifieke aandacht w.b. deze specifieke opleidingseisen, en vraagt vooral kennis van de beroepskwalificaties, om te komen tot een goede afstemming. Het is de vraag of dit geleverd wordt met een apart traject van 30 EC, waarin die samenhang met de specifieke beroepsopleidingen klein is.
4 – Zij-instromers. De nieuwe eisen kunnen remmend werken op de instroom van zij-instromers. Zoek zorgvuldig uit hoe je die remmende werking kunt voorkomen.
Vraag 4
Om vast te stellen welke scholing voor een docent nog noodzakelijk is om onderwijs te geven als docent Nederlands, rekenen of burgerschap en of deze scholing binnen twee jaar kan worden afgerond, wordt voorafgaand aan het scholingstraject een geschiktheidsonderzoek gedaan. Een lerarenopleider en een mbo-docent voeren dit geschiktheidsonderzoek uit. De mbo-docent moet werkzaam zijn bij een andere instelling dan de aanvrager om ervoor te zorgen dat het een onafhankelijk oordeel is. Zijn dit volgens u de juiste actoren om te betrekken bij dit geschiktheidsonderzoek? (Zie voor nadere toelichting paragraaf 2.4.1 uit de memorie van toelichting.).
Antwoord 4
Leg het primaat van het bepalen van geschiktheid (het vaststellen van bekwaamheid) bij de eigen (professionaliserings/nascholings-)’academie’ van betrefffende mbo-instelling, met ondersteuning vanuit een lerarenopleiding.
De volgende zeven leeruitkomsten zijn geformuleerd voor mbo-docenten rekenen (p. 21, rapport 2025)
- De docent beschikt over competentie in rekenen en gecijferdheid waarmee de docent boven de
leerstof voor de mbo-studenten staat. - De docent ontwikkelt, verzorgt en evalueert doelgericht en effectief onderwijs, gericht op de ontwikkeling van de competenties in rekenen en gecijferdheid van studenten.
- De docent ontwikkelt een voor de student stimulerende en veilige leeromgeving om zich te ontwikkelen in rekenen en gecijferdheid.
- De docent stemt het onderwijs in rekenen en gecijferdheid af op onderwijsbehoeften van de student.
- De docent monitort de ontwikkeling op het gebied van rekenen en gecijferdheid van studenten, rekening houdend met verschillende niveaus van rekenen en gecijferdheid.
- De docent geeft uitvoering aan het rekenbeleid van de instelling en werkt daarbij samen met collega’s en andere betrokkenen uit de onderwijsomgeving.
- De docent ontwikkelt systematisch en onderzoeksmatig de eigen lespraktijk en het eigen professionele handelen binnen het vakgebied rekenen en gecijferdheid.
De leeruitkomsten zijn genummerd van 1 tot en met 7. De leeruitkomsten zijn inhoudelijk geclusterd, de nummering impliceert geen ranking.
Opstellen van uniforme eisen aan de aanvullende opleidingstrajecten voor mbo-docenten die lesgeven in Nederlands, rekenen en burgerschap en hoe deze eisen actueel worden gehouden. Ook moet het onderzoek inzicht geven in de inhoud van deze aanvullende opleidingstrajecten: wat moet een startbekwame mbo-docent die lesgeeft in Nederlands, rekenen of burgerschap kennen en kunnen. Dit doel sluit onzes inziens goed aan bij de huidige discussie over de professionaliteit van mbo-docenten die lesgeven in de basisvaardigheden. Die discussie en de dalende resultaten van studenten vragen om een duidelijk en werkbaar kader voor de bekwaamheden en bevoegdheden van docenten, passend bij de specifieke eisen van het mbo-onderwijs.
Schrijfproces Adviesrapport
Gunning: najaar 2024. Uitvoering: Researchned.
In de wet komen extra eisen voor huidige en toekomstige docenten Nederlands, rekenen en burgerschap. Op dit moment bepaalt elke mbo-school zelf nog of een docent ook rekenen, taal en burgerschap mag geven. Dat doen zij op basis van opleiding of werkervaring. De overheid werkt nieuwe eisen uit, samen met mbo-instellingen, studenten en docenten. Deze nieuwe eisen gaan naar verwachting per studiejaar 2026-2027 in. Docenten krijgen tijd om aan de nieuwe eisen te voldoen.
Bron: OCW mededeling, najaar 2024
Planning (nov. 2024 – maart. 2025)
- Schrijven kernteam ronde 1 -> vrijdag 22-11 is er een concept
- Adviesronde 1: 21 november –5 december 2024 -> Tussen 22 november en 4 december kan de adviesgroep rekenen antwoorden op deze adviesvragen ophalen bij de achterban. adviesgroep komt bijeen: 9 december, 14:00-16:00
- Schrijven Kernteam ronde 2
- Adviesronde 2: 23 januari –5 februari 2025
- Schrijven Kernteam ronde 3
- Rapportage: maart 2025 -> Zie verwijzingen
Adviesgroep rekenen o.a.: Mirjam Bos, Monique Pijls, Martijn Knoester, Jantien Stam, Ronald Keijzer, Vincent Jonker
- De Visser, M., Leest, B., Bruggink, M., Lodewick, J., Den Boer, P. and Koutamanis, E. (2025). Uniforme opleidingseisen mbo-docenten basisvaardigheden (PDF) (pp. 56): ResearchNed.
- Groot, A., Voskamp, H., Wolf, M. and Van Drie, E. (2023). Professionele achtergrond van mbo-docenten basisvaardigheden en burgerschap, versie 2 (PDF) (pp. 80). ‘s-Hertogenbosch: ECBO.
- OCW mededeling, najaar 2024
- Wijers, M., Munk, F., Jonker, V. and Hoogland, K. (2023). Raamwerk scholing en nascholing docent rekenen/gecijferdheid vo/mbo (PDF). Utrecht: Universiteit Utrecht.
endnote: opleidingseisenMBO
