Expertisenetwerk Bèta Onderwijs

In Memoriam Adri Treffers

Op de trappen bij Utrecht Overvecht, leunend op een rekenrek.

Adri Treffers (22 juni 1935 – 6 januari 2026) was van 1989 tot 1998 bijzonder hoogleraar in domeinspecifieke onderwijstheorieën voor rekenen en wiskunde bij de Universiteit Utrecht. Zijn visie op het reken-wiskundeonderwijs was baanbrekend en invloedrijk in de Nederlandse onderwijspraktijk. We herinneren Adri als een markante persoonlijkheid die collega’s, opleiders en leerkrachten kon inspireren met rijke rekenproblemen en vernieuwende didactische methoden.

Adri studeerde onderwijskunde/pedagogiek in Nijmegen. Hij promoveerde op 26 mei 1978 aan de Universiteit Utrecht: “Wiskobas doelgericht. Een methode van doelbeschrijving van het wiskundeonderwijs volgens wiskobas”. Hij werkte in die jaren bij het IOWO en de vakgroep “Ontwikkeling van het wiskunde onderwijs en Onderwijs Computercentrum” (OW&OC), voorlopers van het Freudenthal Instituut.

Treffers beschrijft in zijn invloedrijke engelstalige publicatie ‘Three Dimensions’ (1978, een vertaling van zijn proefschrift) vijf karakteristieken van realistisch reken-wiskundeonderwijs: 1) Gebruik van contexten, 2) Gebruik van modellen, 3) Eigen producties van leerlingen, 4) Het interactieve karakter van het leerproces en 5) De verwevenheid van leergebieden.

Hij sprak op 6-2-1990 zijn oratie “Het voorkomen van ongecijferdheid op de basisschool” uit in verband met het bijzonder hoogleraarschap “Domeinspecifieke onderwijstheorieën, in het bijzonder voor rekenen en wiskunde”, Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, een leerstoel van de Nederlandse vereniging tot ontwikkeling van het reken wiskunde onderwijs (NVORWO). De functie bekleedde hij van 28-9-1989 tot 1-4-1998.

Adri was betrokken bij o.a.

Zie ook profs.library.uu.nl/hoogleraar/treffers-a

It is with sadness that we learned of the passing of Prof. Adri Treffers (June 22, 1935 – January 6, 2026). Treffers was professor of domain-specific educational theories for arithmetic and mathematics at Utrecht University from 1989 to 1998. His vision on arithmetic and mathematics education was groundbreaking and influential in Dutch educational practice. He obtained his PhD on May 26, 1978, at Utrecht University: “Wiskobas doelgericht. Een methode van doelbeschrijving van het wiskundeonderwijs volgens wiskobas” (Wiskobas goal-oriented. A method of goal description in mathematics education according to Wiskobas). During those years, he worked at the IOWO and the department “Development of Mathematics Education and Education Computer Center” (OW&OC), precursors of the Freudenthal Institute at Utrecht University.
In his influential publication ‘Three Dimensions’ (1978, a translation of his thesis), Treffers set the foundation for realistic mathematics education by describing its five characteristics: 1) Use of contexts, 2) Use of models, 3) Students’ own productions, 4) The interactive nature of the learning process, and 5) The interconnection of learning areas.
We remember Adri Treffers as a remarkable personality who inspired colleagues, teacher educators, and teachers with rich problems and innovative teaching methods.

  • Treffers, A. (1987). Three dimensions. A model of goal and theory description in mathematics instruction – The Wiskobas project. Dordrecht, the Netherlands: D. Reidel Publishing Company.
  • Treffers, A. (1987). Integrated column arithmetic according to progressive schematisation. Educational studies in Mathematics, 18(2), 125-145.
  • Van den Heuvel-Panhuizen M., Drijvers P. (2020). Realistic Mathematics Education. In S. Lerman (Ed.) Encyclopedia of Mathematics Education. Cham, Switserland: Springer.

Marc van Zanten

Begin jaren ’90 van de vorige eeuw mocht ik bij Adri Treffers afstuderen. Een levensbepalende ervaring bleek dat. Onder Adri’s inspirerende begeleiding deed ik ontwikkelingsonderzoek over kommagetallen bij twee groepen leerlingen op de school waar ik toen werkte. Elke woensdagmiddag, als de leerlingen vrij waren, bezocht ik Adri op het Freudenthal Instituut op de Tiberdreef in Utrecht Overvecht, met mijn laatste ervaringen en leerlingenwerk. Elke keer weer nam Adri alle tijd om dit alles en nog veel meer met mij door te nemen en te bespreken. Ik leerde enorm veel. Meer dan dat: mijn fascinatie en liefde voor onderwijzen en leren van rekenen-wiskunde werden dermate aangewakkerd dat het mijn levensbestemming werd. Beretrots was ik toen Adri mijn onderzoeksresultaten verwerkte in een van de Proeve-boeken. Maar belangrijker: Adri leerde me dat álle kinderen kunnen meedoen in álle reken-wiskundelessen. Keer op keer werden zijn ideeën bevestigd in nieuwe ervaringen met mijn leerlingen. Zijn didactische vierhoek – leerling, leraar, leerstof, leergroep – heb ik voor altijd met me meegenomen. En dat geldt ook voor zijn inzichten over productief oefenen, modellen, mathematiseren en wat al niet meer. Ook na mijn afstuderen, in mijn werkzame leven als leraar, Panaman, ontwikkelaar en onderzoeker bleef Adri een belangrijk leermeester en inspirator.
Adri’s werk is van onschatbare en blijvende waarde voor het reken- en wiskundeonderwijs in Nederland en daarbuiten. Ik ben blij en dankbaar dat ik zijn student en leerling mocht zijn.

Martin Kindt

Na 16 jaar leraarschap in het VO werd ik in 1976 medewerker van het IOWO (Instituut Ontwikkeling Wiskundeonderwijs) bij de afdeling Wiskivon. Iedere vrijdag was daar een gemeenschappelijke kadervorming met Wiskobas en daar leerde ik Adri kennen als een van de grote (figuurlijk bedoeld) jongens van het instituut. En wat een toeval, hij had op dezelfde school gezeten als waar ik 13 jaar leraar was geweest en zo hadden we meteen een klik als zijn schooltijd ter sprake kwam. Hij vertelde dan smakelijk over zijn oude leraren die ik als collega’s had meegemaakt.
Adri was altijd heel geïnteresseerd in het werk voor het VO en gaf vaak heel mooie didactische suggesties waar ik meermalen gebruik van heb kunnen maken. Toen ik werkte aan een leerlingentekst over ruimtemeetkunde, waarbij centrale projectie en schaduwwerking behandeld werden en waarbij een aantal deductiestappen moesten worden gezet, en feitelijk
een stukje axiomatiek ter sprake moest komen, raadde hij mij aan dit in een vorm van vraag-en antwoordspel te schrijven.
Deze suggestie was wat je noemt, midden in de roos!
En dan waren er zijn vruchtbare ideeën over ‘productief oefenen’ die mij hebben geïnspireerd tot het ontwerpen van diverse oefenbundels bij algebra en waarover ik nu nog elk jaar een of meer voordrachten mag houden voor (aanstaande) wiskundeleraren.
Als ik ooit vergeten ben bij zo’n gelegenheid zijn naam te noemen als mijn voornaamste inspirator hierbij zal mij dit nooit meer overkomen.

Hanneke Beemer

Adri was degene die mij in contact bracht met het FI, tijdens mijn studie Onderwijskunde. Zonder hem had ik niet op mijn huidige plek kunnen staan, zo besefte ik mij vanochtend. Heel mijn basisnetwerk voor ons vakgebied stamt mede uit die tijd.

Julie Menne

In 1994 leerde ik Adri Treffers kennen. Hij verzorgde aan de faculteit Onderwijskunde het bijvak (On)gecijferdheid. Enthousiast geworden door zijn colleges vroeg ik of het mogelijk was mijn afstudeeronderzoek bij hem en dus bij het Freudenthal instituut te kunnen doen. Dat kon. Mijn klus bestond uit het in kaart brengen van het aanbod van het metriek stelsel in de toen meest zes gangbare reken-wiskundemethoden in Nederland. Deze analyse kon ik dan presenteren op de aankomende Panamaconferentie waar het thema Meten en Meetkunde op het programma stond. Adri hielp mij met de voorbereiding daarvan. Toen mijn afstudeerdatum in zicht kwam, vroeg ik Adri of er misschien een baan op het instituut was. Die was er, een AIO-plaats waarvoor gesolliciteerd moest worden. Toen ik dat niet deed, belde hij mij op met de vraag waar mijn sollicitatie bleef. Ach, dacht ik, solliciteren dat kan ik wel doen en dan kan ik altijd nog beslissen of ik het doe. Hij koos mij en ik werd zijn 12de AIO. De opdracht was onderzoek te doen ten behoeve van de ontwikkeling en theorievorming van een oefenprogramma voor het rekenen tot 100. Onder de bezielende leiding van Adri kwam dit programma tot stand. Eerst in de vorm van het proefschrift Met Sprongen Vooruit. En later, in mijn eigen instituut, groeide dit uit tot een doelendekkend programma voor het gehele primaire onderwijs. Adri was en bleef hierbij mijn rots in de branding. Hij stimuleerde mij tot het schrijven van artikelen, zoals voor het tijdschrift Volgens Bartjens; stond toe dat ik tijdens mijn AIO-aanstelling reken-wiskundedidactiek verzorgde op pabo’s; moedigde conferentiebezoek aan en het verzorgen van heel veel presentaties, all-over-the-country, en was hij uitgenodigd om een voorbeeldles te geven ergens in het land, dan mocht ik mee. Hij leende zelfs zijn auto uit zodat ik de aan het experiment deelnemende scholen kon voorzien van kralenrekken, -kettingen en tienvangers.
Adri was onbaatzuchtig, stelde goed reken-wiskunderwijs voorop, zorgde dat je beschikte over de juiste kennis om een goede voordracht te kunnen geven. Het is nauwelijks te bevatten wat ik allemaal van deze vriend heb geleerd. Van de week stond ik op een cursuslocatie te Leiderdorp de tafels te herschikken: in groepjes en op de diagonaal ten opzichte van het bord. En ineens herinnerde ik mij dat ik dit ook van hem geleerd heb: niemand met de rug naar het bord, uitnodigdend om samen te werken en … het maakt de ruimte groter! Wie zich de kleine kamer van Adri Treffers op de Tiberdreef herinnert, weet dus waarom zijn overlegtafel zo stond.
Tot het eind aan toe hebben Adri en ik contact gehouden. Hij heeft in de laatste jaren van zijn leven nog een boek kunnen voltooien. Dat mag ik publiceren. Het werk dat dit met zich meebrengt zal mij helpen het gemis te verwerken. Lieve Adri, onnavolgbaar veel dank voor alles wat je voor de reken-wiskundedidactiek en mij hebt betekend.

Ronald Keijzer

Ik herinner me Adri als een gedreven onderzoeker, die gedurig zocht naar manieren om zijn ideeën met de wereld te delen en om zijn plannen te realiseren. Ik werkte in de jaren 90 van de vorige eeuw enkele jaren met Adri samen in een project rond ‘breuken’. We bouwden in dit project voort op het werk van Leen Streefland, die het eerlijk delen als context uitbuitte om het leren van breuken in gang te zetten. Adri vond dit een mooie vondst, maar zag ook knelpunten. Hij zag namelijk dat veel leerlingen met het eerlijk delen niet bedachten dat breuken ook groter dan 1 zouden kunnen worden. Hij pleitte daarom voor breuken in het onderwijs ook te introduceren als meetgetal.
Omdat hij dit idee steviger wilde funderen, vroeg Adri mij om de breuken als onderwerp voor mijn promotieonderzoek te kiezen. Na wat twijfel of promoveren wel voor mij was weggelegd, wist Adri mij te overtuigen dat dat mij verder zou brengen. En hoewel het uiteindelijk niet Adri Treffers was die mijn promotie begeleidde heb ik zijn aanwijzing wel gevolgd en heeft het me gebracht wat Adri voorspelde.

Vincent Jonker

Vers van de opleiding (met tussendoor nog een student-assistent-schap aan de VU in A’dam) kwam ik aan het werk in het Freudenthal Instituut (het toenmalige OW&OC, aan de Tiberdreef in Utrecht). Op de gang met Leen Streefland, George Schoemaker, Koeno Gravemeijer, Els Feijs, Ed de Moor, Marja van den Heuvel, Jan de Lange, Hans Freudenthal, noem maar op, en een batterij jonge collega’s (deels dienstweigeraars). En ook Adri Treffers.
Ik was slechts 1 keer eerder op die Tiberdreef geweest, dat was samen met Jos Beishuizen toen wij bij een seminar kwamen die werd gegeven door Tom O’Brien over problem solving (1987?). Dat was een bijzondere ervaring: al die medewerkers, samen in een interessante en uitdagende discussie hoe je onderwijs kunt vormgeven.
Ik herinner mij van die tijd dat er altijd studenten bij Adri aanschoven, omdat zij vanuit onderwijskunde ineens op het spoor kwamen (op het spoor gezet werden) van de vakdidactiek rekenen-wiskunde.
Adri was een teamspeler. Hij was een harde werker, maar zocht ook de mensen achter het werk. Ik herinner mij dat als wij ergens zaten te werken en we moesten ergens hard om lachen, dat Adri dan bij ons kwam binnenlopen en zei: “Dat vind ik mooi. Als er gelachen wordt, dan ontstaat er mooi werk en een goede sfeer!”. Dat herinner ik me ook nog van de ‘vrijdag-middag-borrel’ op die legendarische Tiberdreef. Daar kon Adri nog even goed voor gaan zitten, en net als op menig Panama-Conferentie was hij zeker niet de eerste die vertrok…
Dank Adri voor die positieve en gedreven houding!

  • Treffers, A. (1975). De Kiekkas van Wiskobas. Beschouwingen over Uitgangspunten en Doelstellingen van het Aanvangs- en Vervolgonderwijs in de Wiskunde. Leerplan publicatie nummer 1 (PDF). Utrecht, the Netherlands: IOWO.
  • Treffers, A. (1978). Wiskobas doelgericht. Een methode van doelbeschrijving van het wiskundeonderwijs volgens Wiskobas. Utrecht: Utrecht University.
  • Treffers, A. (1981). De achterkant van de Möbiusband (PDF) Nieuwe Wiskrant. Tijdschrift voor Nederlands Wiskundeonderwijs, 1(1), 11–13.
  • Treffers, A. (1984). Psychologie, vakdiactiek en ontwikkelingsonderzoek (PDF) Tijdschrift voor Didactiek van de Beta-wetenschappen, 2(3), 149–169.
  • Treffers, A. (1987). Three dimensions. A model of goal and theory description in mathematics instruction – The Wiskobas project. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.
  • Treffers, A. (1987). Integrated column arithmetic according to progressive schematisation Educational Studies in Mathematics, 18(2), 125––145 doi:10.1007/BF00314723.
  • Treffers, A. (1989). Het voorkomen van ongecijferdheid op de basisschool (oratie). Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht.
  • Treffers, A., De Moor, E. and Feijs, E. (1989). Proeve van een nationaal programma voor het Reken-Wiskundeonderwijs op de basischool. Deel 1: Overzicht Einddoelen (PDF). Tilburg: Zwijsen.
  • Treffers, A. and De Moor, E. (1990). Proeve van een nationaal programma voor het Reken-Wiskundeonderwijs op de basischool. Deel 2: Basisvaardigheden en cijferen (PDF). Tilburg: Zwijsen.
  • Treffers, A. and Streefland, L. (1994). Proeve van een nationaal programma voor het reken-wiskundeonderwijs op de basisschool: Deel 3: Breuken. Tilburg: Zwijsen.
  • Treffers, A., Streefland, L. and De Moor, E. (1996). Proeve van een nationaal programma voor het reken-wiskundeonderwijs op de basisschool. Deel 3b: Kommagetallen. Tilburg: Zwijsen.
  • Treffers, A., Van den Heuvel-Panhuizen, M. and Buys, K. (Eds.). (1999). Jonge kinderen leren rekenen. Tussendoelen annex leerlijnen. Hele getallen onderbouw. Groningen: Wolters Noordhoff.
  • Treffers, A. (2008). Het voorkomen van ongecijferdheid (PDF) Panama-Post. Reken-wiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling, praktijk, 27(34), 15–18.
  • Treffers, A. (2015). Weg van het cijferen. Rekenmethodes vanaf 1800 tot heden (PDF). Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Treffers, A. (2024). Leren via probleem-oplossen. Optellen en aftrekken van breuken (PDF) Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 44(1), 41–45.

ELWIeR en Ecent als één STEM