Expertisenetwerk Bèta Onderwijs

Resultaten Pisa 2025

VO |

De resultaten van Pisa 2025 zijn beschikbaar.

Een internationaal vergelijkend onderzoek onder 15-jarigen (OECD Program for International Student Assessment)

PISA Nederland zegt:

  • Leerlingprestaties in exacte vakken gelijk gebleven, leesvaardigheid verder gedaald. Over de hele linie ‘geen herstel’
  • W.b. lezen zijn er in 2025 meer leerlingen onvoldoende geletterd dan in 2022.
    Meisjes zijn betere lezers dan jongens
  • Nederlandse leerlingen minder milieubewust
  • Meer dan een derde van de leerlingen gebruikt AI wekelijks
  • Meer tevreden met het leven dan in 2022
  • Rangorde: Van de in totaal 91 PISA-landen hebben 34 landen beter gepresteerd in leesvaardigheid dan Nederland. Voor natuurwetenschappen gaat het om 19 landen en voor wiskunde zijn het slechts 9 landen.
  • Voor het eerst is Computational problem solving (stapsgewijs probleemoplossen met hulp van de computer) getoetst

Commentaar vanuit ELWIeR/Ecent:

  1. Zet vol in op de kerndoelen, waarin thans een stevig raamwerk staat voor bijv. het volgende: Aandacht voor basisvaardigheden (zoals ook het Masterplan basisvaardigheden dit ondersteunde) maar met twee accentverschuivingen: 1) betere samenhang tussen ‘basis’-vaardigheden en ’toegepaste’ vaardigheden en 2) betere samenhang tussen de vier in het masterplan aangewezen vaardigheden: r/w, taal, dig.gel. en burgerschap (laat de kerndoelen deze vaardigheden niet uit elkaar drijven)
  2. Zet vol in op de lerarenopleidingen, en maak dan goed gebruik van de daar aanwezige vakdidactische en vakinhoudelijke kennis (de herijkingen van de kennisbases serieus nemen!)
Deze gedachten ontstonden zomer 2026, met gebruikmaking van kennis van de hele PISA-geschiedenis, -filosofie, e.d.

Algemeen

Bij de interpretatie van PISA-resultaten is het belangrijk onderscheid te maken tussen de huidige praktijk, de richting waarin de PISA frameworks zich bewegen en de ontwikkeling van nieuwe kerndoelen. Het is interessant te zien hoe nieuwe kerndoelen en het meest recente PISA framework (2025) zich ontwikkelen, bijv. door de aandacht voor de aard van natuurwetenschap en techniek en betrouwbaarheid van beweringen over onderzoek.

We hebben zorg over het onderwijs in Nederland. De corona-crisis heeft sporen nagelaten, en ook het tekort aan docenten baart (grote) zorgen. Dat maakt dat we ook met enige spanning naar deze nieuwe Pisa-ronde kijken. Er wordt hard gewerkt aan professionalisering/opleiding van goed voorbereide docenten,en de curriculumvernieuwingen zijn er allemaal op gericht dat het onderwijs past bij wat de maatschappij nodig heeft. Maar het is hard werken, en de samenwerking kan wellicht nog beter (tussen alle betrokken partijen).

We hebben onze ogen open voor wat de resultaten ons zullen zeggen. Bij die beoordeling zullen onderstaande zaken ook een rol spelen:

  • Wanneer de toets is afgenomen (weer een half jaar eerder?)
  • Of de steekproef representatief was (en zo niet, eerder te positief of negatief?)
  • Hoe goed het nieuwe framework bij ons huidige onderwijs past. En het toekomstige/nieuwe kerndoelen (het punt hierboven)
  • Hoe het in NL met de lowstakes testing is gesteld: is er al recent onderzoek over hoe serieus NL kinderen zulke toetsen nemen? En wijkt dat af van ons omringende landen?
  • De volgorde van afname van de verschillende onderdelen (science, wiskunde, taal). Het laatste onderdeel scoort vaak lager (kinderen raken afgeleid/moe)

Een methodologische observatie is er dan nog w.b. score: absoluut vs rangorde: Is er eigenlijk een absolute maat bij PISA? Dat kan eigenlijjk niet want de frameworks worden om de zoveel jaar aangepast. Rangorde is dan wellicht belangrijker, maar moet ook genuanceerd worden gezien eigen curriculaire keuzes (punt hierboven).

Als laatste nog iets over ‘basisvaardigheden’ (en Pisa)
In Nederland hebben we de laatste jaren stevig ingezet op het versterken van de basisvaardigheden (o.a. met het Masterplan Basisvaardigheden). Pisa heeft een andere focus met wetenschappelijke en wiskundige geletterdheid. Natuurlijk vertonen deze aandachtsgebieden ook samenhang, bijv. het wendbaar kunnen rekenen met de basisbewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) draagt bij aan een bredere bèta-geletterdheid. Voor Pisa 2025 is de verwachting dat evt. doorwerking van aandacht voor basisvaardigheden (zoals dit werd uitgevoerd binnen het Masterplan) niet direct zichtbaar zal zijn. Dat mag overigens niet tot gevolg hebben dat die aandacht verminderd zou moeten worden: juist een goede samenhang tussen deze verschillende vaardigheden (‘basis’ en ’toegepast’) blijft essentieel.

En dan is het goed ook even apart naar science en wiskunde te kijken.

Science

In 2025 stond ‘scientific literacy’ (SL, wetenschappelijke geletterdheid) centraal in het Pisa-onderzoek. Men onderscheidt dan (1) het wetenschappelijk verklaren van fenomenen, (2) het opzetten en evalueren van wetenschappelijk onderzoek en het interpreteren van de resultaten daarvan en (3) het evalueren van wetenschappelijk onderzoek om besluiten te nemen en actie te ondernemen.
Het is duidelijk dat het dan niet alleen gaat over conceptuele kennis en vaardigheden, maar dat de interactie met de maatschappij en de vraagstukken die daar leven een belangrijke plek innemen.

Vervolgens zijn er twee visies te onderscheiden w.b. SL (Meulenbroeks, 2026), Visie 1 en Visie 2. Bij de interpretatie van de Pisa-science-resultaten (zie grafiek hieronder) is het belangrijk te constateren dat ‘Visie 2’ in de onderwijspraktijk niet altijd even goed naar voren komt en ook moeilijk te meten is.


De hoop is dat de nieuwe kerndoelen hier wellicht een duwtje in de rug betekenen (meer nadruk op Visie 2). Andere omgevingsfactoren kunnen ook een rol spelen bij de gegevens van 2025, zoals het lerarentekort.

Wiskundige geletterdheid

Binnen PISA staat wat wiskunde betreft “mathematical literacy” centraal: het vermogen om wiskundig te redeneren en wiskunde te gebruiken om problemen in uiteenlopende, veelal realistische situaties op te lossen. Een leerling moet dus meer in huis hebben dan foutloos kunnen rekenen om de test goed te maken.

Wiskundige kennis, rekenvaardigheden, procedures en wiskundig gereedschap moeten door leerlingen gebruikt worden om problemen op te lossen door redeneren, modelleren en resultaten te interpreteren en evalueren. Het framework dat PISA voor het domein wiskunde sinds 2022 gebruikt, beschrijft een verschuiving in de richting van probleemoplossen in een diversiteit aan contexten en ook een toename in het gebruik van wiskundige tools, ingebed in vakoverstijgende vaardigheden zoals kritisch analyseren van informatie, creatief denken en samenwerken.

Wiskundige geletterdheid is iets anders dan rekenen. In de interpretatie (en de berichtgeving) worden toetsen als peil, timss, pisa, etc. als ‘makkelijk uitwisselbaar’ gezien. Het gevaar is dan dat er in de publieke opinie een onjuist beeld ontstaat op basis van journalistieke en politieke interpretaties. Dat doet zeker ook onrecht aan de betrokken docenten (alle docenten: wiskunde-docenten en alle andere betrokken docenten), die op de verschillende elementen reken-wiskundige vaardigheid (Kilpatrick) hard aan het werk zijn.
Net als bij science zijn er bij wiskunde ook andere omgevingsfactoren te noemen die mogelijk invloed hebben op het Pisa-resultaat (lerarentekort, risico van toenemende nadruk op geïsoleerde vaardigheden, …). Ook hier bieden de nieuwe kerndoelen belangrijke aangrijpingspunten om te werken aan vakinhoud (en vakdidactiek) die in principe positieve invloed hebben op de Pisa-resultaten.

Taal

De interpretatie van de gegevens w.b. taal laten we achterwege. Hiervoor is deskundigheid elders.

Gegevens 2003-2025 (vergelijking NL – EU14)

bron: Pisa in vogelvlucht (2026)


Vergroot grafiek
Tot en met 2018 presteerden Nederlandse 15-jarigen op natuurwetenschappen nog (ruim) boven het EU14-gemiddelde. In 2022 zaten zij voor het eerst op gelijk niveau met het EU14-gemiddelde. In 2025 scoren Nederlandse 15-jarigen opnieuw vergelijkbaar met leerlingen uit de EU14-landen.


Vergroot grafiek

De wiskundescore van Nederland in 2025 verschilt niet significant van de wiskundescore in PISA-2022 (493). Dit betekent dat Nederlandse 15-jarigen in 2025 weliswaar hetzelfde niveau halen als in 2022, maar dat er ook geen sprake is van herstel ten opzichte van de daling in 2022. Sinds 2003 is de wiskundescore van Nederlandse 15-jarigen in totaal met 55 punten gedaald; gelijk aan ongeveer een halve standaarddeviatie.


Vergroot grafiek

De leesvaardigheidsscore van EU14-landen was stabiel tussen 2003 en 2018, maar daalde tussen 2018 en 2022 ook significant. Tussen 2022 en 2025 zien we opnieuw een significante daling van de gemiddelde leesvaardigheidsscore in de EU14-landen. Gemiddeld zijn leerlingen in EU14-landen er 16 punten op achteruitgegaan in leesvaardigheid ten opzichte van 2022

ELWIeR en Ecent als één STEM