Lerarenopleidingen Science en Wiskunde/Rekenen

Morele oordeelsvorming – (top)sport en genen

De kennis en toepassingen op het gebied van genetica nemen toe. Veel van deze ontwikkelingen komen nog niet aan bod in het huidige onderwijs. Daardoor worden leerlingen niet goed voorbereid op besluitvorming over onderwerpen zoals genetisch testen. Het thema ‘topsport en genen’ leent zich goed om morele oordeelsvorming over genetisch testen te behandelen. In topsport gaat veel geld om en er worden extreme eisen aan het lichaam gesteld. Daarom komen maatschappelijke vragen over genen en genetisch testen in topsport eerder aan de orde dan in de ‘normale maatschappij’. Bovendien ligt gendoping op de loer… In dit webartikel vindt u lesmateriaal en achtergrondinformatie over topsport en genen.

Wat is er belangrijk voor een opleider?

Een lesmethode die studenten leert om leerlingen bewust te maken van de factoren die besluitvorming complex maken, in dit geval rondom genetisch testen: afwegen van voor- en nadelen waarin verschillende belangen en waarden, en onzekere voorspellingen vanuit (genetische) informatie een rol spelen.
Leerlingen noteren wat ze van genetische keuring bij topsport vinden, en wat voor overwegingen en vragen ze hierbij hebben. Vervolgens krijgen de leerlingen 2 filmpjes en een website te zien, die verschillende perspectieven geven op de wenselijkheid van genetisch testen bij topsport. Na elk beeld geven de leerlingen aan of hun mening veranderd is. Tenslotte geven ze aan wat voor test ze zelf wel of niet zouden willen ondergaan.
Dit is een voorbeeld van een werkvorm waarbij elke leerling voorafgaand aan een klassendiscussie al zijn/haar eigen gedachten heeft kunnen vormen, en waarbij in eerste instantie nog geen argumenten geformuleerd hoeven te worden. Ook leerlingen die niet snel reageren of moeite hebben zich uit te drukken kunnen daardoor deelnemen.
Deze methode is onderzocht en effectief gebleken (zie onder ‘Onderzoek naar het lesmateriaal’).

Wat kan een docent eraan hebben?

In dit webartikel kunt u lesmateriaal downloaden: ‘Genetische keuring bij topsport’. Dit lesmateriaal maakt leerlingen bewust van de factoren die besluitvorming rondom presymptomatisch genetisch testen complex maken.
Ook biedt dit webartikel informatie over gentechnologie in topsport. Genetische informatie kan daarin op twee manieren ingezet worden:

  • Kennis – een genetische test levert kennis op die gebruikt kan worden bij keuze in de sport
  • Ingrijpen – genetische technieken kunnen gebruikt worden voor ingrepen ter verhoging van prestaties

Met behulp van deze achtergrondinformatie kunt u met uw leerlingen aan de slag met morele oordeelsvorming over genetisch testen en gendoping. Voor het onderwerp genetisch testen kunt u hiervoor het lesmateriaal ‘Genetische keuring bij topsport’ gebruiken. Voor het onderwerp gendoping kunt u bijvoorbeeld de werkvorm ‘beweegredeneren‘ gebruiken, of ‘het stappenplan’ (een concrete tool voor leerlingen om maatschappelijke dilemma’s te benaderen en een geïnformeerde mening te vormen).

Achtergrond

Gentechnologie kan in topsport gebruikt worden voor (zie ook onderstaande figuur):

  • Preventie: Iemand uitsluiten van topsport vanwege erfelijke aanleg voor een bepaalde ziekte (op basis van hun gen-profiel), bijvoorbeeld een hartspierziekte die een verhoogd risico geeft op een hartstilstand tijdens een wedstrijd
  • Selectie: Topsporters selecteren op basis van hun gen-profiel
  • Therapie: Topsporters sneller/beter laten herstellen van blessures d.m.v. gentherapie (therapeutisch gebruik van genen)
  • Prestatiebevordering: “Het niet-therapeutische gebruik van genen, genetische elementen en/of cellen die de capaciteit hebben om de prestatie van topsporters te bevorderen” (definitie World Anti-Doping Agency)

Bij ‘Preventie’ en ‘Selectie’ gaat het om kennis, dit wordt besproken onder ‘Genetisch testen’. Bij ‘Therapie’ en ‘Prestatiebevordering’ gaat het om ingrijpen, onder ‘Gendoping’ wordt dit besproken.

Genetisch testen

In onderstaande tabel staan in de linker kolom de definities van diagnose, test, screening en keuring. In de rechterkolom staat uitgelegd wat deze begrippen inhouden op genetisch niveau.

Diagnose: Genetische diagnose:
Ziekteoorzaak identificeren op basis van ziekteverschijnselen. Erfelijke aanleg identificeren, er zijn vaak nog geen ziekteverschijnselen.
Test: Genetische test:
Een test is een onderzoek naar een bepaald symptoom (voorbeeld: glucose in urine = symptoom suikerziekte). Bij een genetische test toon je een bepaalde genvariant aan.
Screening: Genetische screening:
Bij screening wordt bij groepen mensen zonder symptomen getest wat de kans is dat ze later een bepaalde ziekte ontwikkelen (voorbeeld: hielprik). Bij genetische screening wordt onderzocht hoeveel een bepaald allel voorkomt in een groep mensen.
Keuring: Genetische keuring:
Een medisch onderzoek waarbij lichamelijke eisen voor bijvoorbeeld een beroepsgroep getest worden. Een keuring bestaat meestal uit meerdere testen. Eén van deze testen zou een genetische test kunnen zijn (mogelijk toekomstscenario).

Het webartikel ‘genetisch testen‘ gaat dieper in op genetische testen in algemene zin. Hieronder wordt ingegaan op genetische testen bij topsport.
Genetisch testen bij topsport wordt al toegepast. Bijvoorbeeld:

  • In de VS moeten boksers zich genetisch laten testen op de E4-variant van het ApoE-gen. Bij mensen die deze genvariant hebben, vergroot hersenletsel de kans op dementie (lees een artikel hierover)
  • De ‘National Collegiate Athletic Association’ laat alle studenten in de VS en Canada die in de eerste divisie sporten, verplicht testen op genen voor sikkelcelanemie (lees een artikel hierover). Mensen met sikkelcelanemie hebben een grotere kans op problemen in de bloedsomloop; vooral in combinatie met zware inspanning, lage zuurstofconcentratie of grote hitte

Sporters genetisch laten testen heeft allerlei voor- en nadelen. Deze worden hieronder besproken.

Voordelen van het genetisch laten testen van sporters
Door sporters genetisch te testen op aandoeningen die in combinatie met topsport tot uiting kunnen komen, kan:

  • gezondheidsschade voorkomen worden
  • vroegtijdige sterfte voorkomen worden

Een voorbeeld hiervan is Hypertrofische CardioMyopathie (HCM). Bij HCM treedt overmatige verdikking van de spierwand van de linkerkamer (hypertrofie) op. Dit kan de uitstroom belemmeren met hartritmestoornissen of zelfs hartstilstand tot gevolg. Er zijn 10 tot 12 genen betrokken bij HCM. Er zijn jonge sporters, zoals de voetballer Antonio Puerta, overleden door een combinatie van ongunstige genen en zware lichamelijke eisen.
In Italië worden sporters medisch gekeurd (nog niet genetisch gekeurd). Hiermee is HCM op te sporen. In Italië is daardoor het aantal gevallen van plotselinge hartstilstand afgenomen.

Nadelen van het genetisch laten testen van sporters
Uitslagen van genetische testen geven een verhoogd, gemiddeld of verlaagd risico op een bepaalde ziekte. De voorspellende waarde van genetische testen is doorgaans laag. Dit heeft een groot nadeel: Het is niet zeker of iemand met een verhoogd risico ook daadwerkelijk de ziekte zal ontwikkelen. Want niet alleen meerdere genen spelen een rol, ook omgevingsfactoren. Daardoor worden mogelijk onnodig sportcarrières verwoest.

Verder hebben verschillende betrokkenen andere belangen, denk bijvoorbeeld aan de belangen van de sporter en sportorganisatie. Ook spelen verschillende waarden een rol bij genetisch testen, bijvoorbeeld: respect voor autonomie versus schade voorkomen.

Morele oordeelsvorming
Om met uw leerlingen aan de slag te gaan met morele oordeelsvorming over genetisch testen, kunt u het lesmateriaal ‘Genetische keuring bij topsport’ gebruiken (zie onder ‘Lesmateriaal bij Genetisch testen’).

Gendoping

Bij gentherapie wordt er genetisch materiaal ingebracht in cellen, om specifieke ziektes te behandelen. Bijvoorbeeld door bij iemand met een ziekte die veroorzaakt wordt doordat een bepaald gen niet goed werkt, een wel-functionerend gen in te brengen. Hiervoor worden vaak (onschadelijk gemaakte) virussen gebruikt, want virussen kunnen erfelijk materiaal in cellen inbrengen.
Gentherapietechnieken bieden voor sporters een nieuwe vorm van doping: gendoping. Ze kunnen bijvoorbeeld een gen inbrengen dat (codeert voor een eiwit dat) een positief effect heeft op het uithoudingsvermogen. De sporter heeft dit gen zelf van nature ook, maar als hij extra kopieën van dit gen heeft, kunnen er extra veel eiwitten gemaakt worden. Er zijn momenteel ongeveer negentig genen bekend die invloed hebben op sportprestaties. In dit artikel worden vijf genen uitgelicht.
De prestatie van een topsporter wordt bepaald door drie factoren (zie onderstaande figuur): uithoudingsvermogen, spierkracht en pijndrempel. Elk van deze factoren kan beïnvloed worden m.b.v. gendoping. Hieronder wordt per factor uitgelegd hoe dit werkt.

Uithoudingsvermogen
Het uithoudingsvermogen is afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid zuurstof in het lichaam. Hoe meer zuurstoftoevoer, hoe beter het uithoudingsvermogen. Er zijn twee manieren om de zuurstoftoevoer te vergroten:

  • Het aantal rode bloedcellen verhogen – bv. via EPO
  • De aanmaak van bloedvaten verhogen – bv. via VEGF

EPO – aantal rode bloedcellen verhogen

Rode bloedcellen zorgen voor zuurstoftransport. EPO is een eiwit dat de aanmaak van rode bloedcellen reguleert. Dit gaat zo:

  • Bij zuurstoftekort van de weefsels produceert de nier EPO
  • EPO zorgt ervoor dat het beenmerg rode bloedcellen maakt
  • Wanneer er meer rode bloedcellen zijn, daalt het zuurstoftekort en gaat de EPO-productie weer omlaag

Gendoping met EPO werkt als volgt: Het gen dat codeert voor EPO wordt ingebracht in spiercellen (m.b.v. een injectienaald direct in de spier vector met EPO-gen inspuiten). De spiercellen gaan dan EPO produceren. Dit zorgt voor extra rode bloedcellen, dus meer zuurstoftoevoer, dus een beter uithoudingsvermogen.
VEGF – aanmaak bloedvaten verhogen

VEGF zorgt voor de aanmaak van nieuwe bloedvaten. Als d.m.v. gendoping het gen dat codeert voor VEGF ingebracht wordt, zal dit zorgen voor meer bloedvaten bij de sporter. Er kunnen dan meer zuurstof en andere bouwstoffen getransporteerd worden naar bijvoorbeeld spieren, longen en hart. Dit zorgt voor een beter uithoudingsvermogen van de sporter.

Spierkracht
Twee manieren om de spierkracht te vergroten zijn: via IGF-1 en via MSTN.
IGF-1 – spiergroei verhogen

IGF-1 is een groeifactor die zorgt voor spiergroei en –herstel. Wanneer d.m.v. gendoping het gen dat codeert voor IGF-1 ingebracht wordt, zou dit er dus voor kunnen zorgen dat de spieren van een sporter versterken, waardoor de spierkracht vergroot wordt.
MSTN – spiermassa vergroten

MSTN is een eiwit dat de deling en differentiatie van myoblasten remt. Myoblasten zijn de voorlopers van spiercellen. Wanneer MSTN afwezig is, zullen er dus vele spiercellen gemaakt worden. Gendoping zou mogelijk zijn via een deletie of inactivitatie van het MSTN gen. Hierdoor wordt minder MSTN eiwit gemaakt, dit zal de spiermassa vergroten.

Pijndrempel
Bij zware inspanning / uitputting van spieren, ontstaat verzuring van de spieren wat pijn veroorzaakt. Als deze pijn verminderd wordt, zou dit sporters kunnen helpen om hun grenzen te verleggen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen d.m.v. gendoping met endorfine.
Endorfine – pijn onderdrukken

Endorfines zijn neurotransmitters die pijn-onderdrukkend werken en een gevoel van geluk geven. Wanneer d.m.v. gendoping het gen dat codeert voor endorfine ingebracht wordt, zou dit pijn kunnen verlichten waardoor sporters beter kunnen presteren.

Voor- en nadelen van gendoping
Het voordeel van gendoping voor een sporter is dat deze vorm van doping (nog) lastig te detecteren is. Nadelen zijn de mogelijke risico’s, bijvoorbeeld kans op ongecontroleerde celgroei of een immuunreactie tegen het transgene eiwit. Bovendien zijn veel gevolgen van gendoping nog onbekend.

Morele oordeelsvorming
Het onderwerp ‘gendoping’ leent zich goed voor morele oordeelsvorming. Bijvoorbeeld d.m.v. deze vraag: “Stel, er is uit onderzoek gebleken dat atleten met Afrikaanse voorouders een verdubbeling van een bepaald gen bezitten waardoor ze sneller kunnen lopen. Mag je dan extra kopieën van dat gen via gendoping aan Europeaanse hardlopers geven?” Het onderstaande filmpje zou gebruikt kunnen worden in de introductie van het onderwerp.

Belang van onderwijs over genetisch testen

De kennis en toepassingen op het gebied van genetica nemen toe. Veel van deze ontwikkelingen komen nog niet aan bod in het huidige onderwijs. Daardoor worden leerlingen niet goed voorbereid op besluitvorming over onderwerpen zoals genetisch testen.
Het huidige onderwijs over genetisch testen gaat over ziektes met simpele Mendeliaanse overerving (veroorzaakt door één gen), waarbij na een genetische test met zekerheid gezegd kan worden of iemand wel/niet een bepaalde ziekte heeft. Bij de meeste ziektes is de genetica echter complex (vele genen en omgeving bij betrokken). Daarbij kan er in een genetische test alleen gescreend worden op genetische variaties die een hoger/lager risico geven op het ontwikkelen van de ziekte.
Besluitvorming bij presymptomatisch genetisch testen is complex, want:

  • presymptomatisch genetisch testen biedt voor- en nadelen
  • verschillende betrokkenen hebben elk andere belangen
  • genetische informatie is vaak onzeker
  • verschillende waarden (zoals respect voor autonomie) spelen een rol bij genetisch testen

Om leerlingen voor te bereiden op besluitvorming rondom presymptomatisch genetisch testen, zouden deze complexiteitsfactoren in geneticaonderwijs aan bod moeten komen. Het lesmateriaal ‘Genetische keuring bij topsport’ is een eerste stap om leerlingen bewust te maken van deze complexiteitsfactoren.

Lesmateriaal bij Genetisch testen

Testen zoals de hielprik en sommige prenatale testen op bijvoorbeeld Down-syndroom geven met zekerheid aan of een ziekte wel of niet aanwezig is. Er zijn ook genetische testen waarbij dit niet het geval is. De uitslagen geven dan een verhoogd, gemiddeld of verlaagd risico op een bepaalde ziekte aan. Besluitvorming bij zulke uitslagen is complex. Dit lesmateriaal gaat over genetisch testen bij topsport. Als de uitslag een verhoogd risico aangeeft, moet de sporter dan zijn carrière afbreken vanwege een kans dat het mis gaat? En wie moet daar dan over beslissen?

Lesmateriaal en benodigdheden

Het lesmateriaal ‘Genetische keuring bij topsport’ bestaat uit twee delen:

  1. Genetische keuring bij topsport (benodigde lestijd: 30 minuten)
  2. Genetische cadeaubon (benodigde lestijd: 20 minuten)

Beide delen zullen hieronder kort besproken worden, evenals de benodigdheden voor de les.

Benodigdheden

  • Download: Leerlingenhandleiding ‘Genetische keuring bij topsport’
  • Download: Docentenhandleiding ‘Genetische keuring bij topsport’
  • Een computer met internet, aangesloten op een beamer
  • Indien dit niet aanwezig is, dan is deze handout nodig

Deel 1: Genetische keuring bij topsport
Na een korte introductie van het onderwerp genetische keuring bij topsport, is dit de eerste opdracht voor de leerlingen:

Ze geven op de lijn aan wat ze van het idee van genetische keuring bij topsport vinden. Hierbij moeten ze antwoord geven op de vragen:

  • Welke overwegingen heb je hierbij?
  • Welke vragen heb je hierbij?

Vervolgens krijgen de leerlingen 2 filmpjes en een website te zien (zie hieronder), die verschillende perspectieven geven op de wenselijkheid van genetisch testen bij topsport. Na elk beeld geven de leerlingen aan of hun mening veranderd is, door bovenstaande drie vragen opnieuw te beantwoorden. Bij de laatste vraag moeten leerlingen hun eindoordeel geven, en antwoord op de vraag: “Wat is er veranderd aan je overwegingen sinds je eerste antwoord bij A?”.
Daarna vindt een klassendiscussie plaats naar aanleiding van het ‘eindoordeel’ van de leerlingen. Het voordeel hiervan is dat nu ook leerlingen aan de discussie deel kunnen nemen, die normaliter langer nodig hebben om hun standpunt te bepalen.

Deel 2: Genetische cadeaubon
Leerlingen krijgen een ‘genetische cadeaubon’ waarmee zij kunnen kiezen uit zes verschillende testen. Ze moeten aangeven welke test(en) ze zouden willen doen en waarom. Dit wordt
vervolgens met de klas besproken.

Filmpjes en website bij deel 1
Filmpje 1: Antonio Puerta krijgt een hartaanval tijdens een voetbalwedstrijd en overlijdt later aan de gevolgen. Bij een genetische keuring zou bekend geworden zijn dat Antonio genen heeft die een verhoogd risico geven op een hartaanval in combinatie met topsport (Hypertrofische Cardiomyopathie ).

http://swf.tubechop.com/tubechop.swf?vurl=HnT9PVCSZYE&start=0&end=72.32&cid=917185

Filmpje 2: Domenico Fioravanti wint een gouden medaille op de Olympische Spelen in 2000. In 2004 mag hij niet meedoen, omdat was geconstateerd dat hij Hypertrofische Cardiomyopathie heeft.

http://swf.tubechop.com/tubechop.swf?vurl=nbFlD5TUkos&start=0&end=146.91&cid=2731520

Website: Met de ‘Sports Factor DNA Collection Kit’ kan je bijvoorbeeld DNA van kinderen laten testen op genvarianten die geassocieerd zijn met eigenschappen die zorgen voor betere sportprestaties of juist genvarianten die een verhoogd risico op een aandoening geven.

Doelgroep en leerdoelen

Het lesmateriaal ‘Genetische keuring bij topsport’ kan gebruikt worden in:

  • de bovenbouw havo en vwo
  • de vakken biologie en ANW

Leerlingen hebben de volgende voorkennis nodig voor deze module:

  • Veel eigenschappen worden veroorzaakt door meerdere genen en de omgeving
  • Een bepaalde genvariant kan een verhoogd of verlaagd risico geven op een bepaalde aandoening
  • Snel en goedkoop testen op de aanwezigheid van zo’n genvariant is mogelijk

Leerdoelen
De leerdoelen van de module zijn dat de leerling kan:

  • aangeven dat nagedacht wordt over genetische keuringen bij topsporters
  • benoemen dat testen op genvarianten een verhoogde kans aangeven, maar dus geen zekerheid bieden
  • aangeven dat dergelijke keuringen levens kunnen redden, maar ook toekomstplannen kunnen verstoren
  • de spanning aangeven tussen eigen beslissingsrecht en belangen van anderen
  • verantwoorden waarom hij/zij wel of geen gebruik zou maken van een genetische test

Onderzoek naar het lesmateriaal

Boerwinkel et al (2011) hebben het lesmateriaal onderzocht (zie onder ‘Verwijzingen bij Genetisch testen’ voor het onderzoeksartikel). De conclusies zijn dat het lesmateriaal:

  • leerlingen verschillende zienswijzen op genetisch testen laat overwegen
  • ervoor zorgt dat leerlingen argumenten kunnen bedenken die de vier complexiteitsfactoren rondom presymptomatisch genetisch testen dekken
  • ervoor zorgt dat leerlingen zich bewust worden van de moeilijkheden rondom presymptomatisch genetisch testen. Bewustwording is de eerste stap in het voorbereiden van leerlingen op besluitvorming over genetica-onderwerpen

Hieronder worden de onderzoeksmethoden en resultaten besproken.

Onderzoeksmethoden
Aan het onderzoek deden 120 leerlingen mee, uit zes 4 vwo klassen van drie scholen. Zij kregen een gastles van Boerwinkel waarin zij aan de slag gingen met deel 1 van het lesmateriaal: “Genetische keuring bij topsport”. Boerwinkel et al. analyseerden de antwoorden die de leerlingen noteerden:

  • Hun standpunten
  • Hun argumenten en vragen
  • Voor de startsituatie, na filmpje Puerta, na filmpje Fioravanti en na de website Sports Factor DNA Collection Kit

Resultaten – Standpunten
Leerlingen konden hun standpunt aangeven op een lijn van 1 naar 5, waarbij:

  1. = een heel slecht idee
  2. = een slecht idee
  3. = een twijfelachtig idee
  4. = een goed idee
  5. = een heel goed idee

In onderstaande tabel zijn de standpunten van de leerlingen weergegeven: bij de start- en eindsituatie en na de twee filmpjes en de website. Steeds is het standpunt van alle leerlingen gemiddeld weergegeven. Na de filmpjes en website staat ook hoeveel procent van de leerlingen van standpunt is veranderd: een standpunt hoger op de lijn (= Beter idee), hetzelfde standpunt (= Ongewijzigd) of een standpunt lager op de lijn (= Slechter idee).

 

Gemiddelde Beter idee Ongewijzigd Slechter idee
Startsituatie 3,3
Na filmpje Puerta 3,8 62% 37% 1%
Na filmpje Fioravanti 3,4 4% 47% 49%
Na website DNA Kit 3,0 15% 33% 52%
Eindsituatie 3,3

Conclusies: Nadat leerlingen het filmpje over de dood van Puerta hebben gezien, vinden de meesten genetisch testen bij topsport een beter idee. Na het zien van het filmpje waarin Fioravanti uitgesloten wordt van deelname aan de Olympische Spelen en de website die een Sports Factor DNA Collection Kit aanbiedt, vinden de meeste leerlingen genetisch testen bij topsport een minder goed idee. De veranderingen in standpunt zijn niet heel groot (wel significant), maar de meeste leerlingen wisselden wel meerdere keren van standpunt tijdens de les. Dit impliceert dat de lesmethode effectief is om leerlingen verschillende zienswijzen op genetisch testen te laten overwegen.
Leerlingen eindigden vaak met hetzelfde standpunt als waar ze mee begonnen (start- en eindsituatie = 3,3), maar zij noemden wel meer argumenten dan aan het begin (zie hieronder).

Resultaten – Argumenten
Er zijn verschillende factoren die besluitvorming rondom presymptomatisch genetisch testen moeilijk maken. Boerwinkel et al. noemen dit complexiteitsfactoren.
Vier complexiteitsfactoren zijn:

  • Presymptomatisch genetisch testen biedt voor- en nadelen
  • Verschillende betrokkenen hebben andere belangen
  • Genetische informatie is vaak onzeker
  • Verschillende waarden (zoals respect voor autonomie) spelen een rol bij genetisch testen

In onderstaande tabel worden de argumenten die leerlingen noemen weergegeven, gesorteerd op complexiteitsfactor. Aan het begin van de les noemde 7% van de leerlingen zowel voor- als nadelen van presymptomatisch genetisch testen; aan het eind van de les deed 75% van de leerlingen dit.

 

Complexiteitsfactor Argument leerlingen % leerlingen dat argument gebruikt
Begin Eind Toename
Genetisch testen biedt voor- en nadelen ; betrokkenen hebben andere belangen Voorkomt ziekte en/of dood 34 89 55
Helpt in plannen carrière 9 23 14
Voorkomt verspilling van tijd en geld 18 19 1
Maakt carrière/droom kapot 11 31 20
Weten van testresultaten beïnvloedt je leven te veel 6 20 14
Topatleten worden uitgesloten 3 5 2
Genetische informatie is vaak onzeker Risico op onnodig uitsluiten, want testresultaten geven kans 14 24 10
Oneerlijk om afwijzing te baseren op genen 10 13 3
Verschillende waarden spelen een rol bij genetisch testen De atleet moet de keuze maken 3 26 23
Kinderen moeten sport kiezen op basis van interesse 0 26 26

Conclusies: Aan het begin van de les zijn bijna alle argumenten al aanwezig die leerlingen aan het eind van de les gebruikten, maar wel in kleinere percentages en minder goed geformuleerd. Alle complexiteitsfactoren komen aan bod in de argumenten die leerlingen noemden. Dit houdt in dat wanneer tijdens de klassendiscussie alle argumenten gedeeld worden, leerlingen een compleet beeld kunnen krijgen van mogelijke argumenten.

Verwijzingen

  • Download: Boerwinkel D.J., Gubbels T. & Vermeulen M. (2011). Moge de beste genen winnen! Topsport als context voor genetica. NIBI – PowerPointpresentatie over ‘genetica en preventie’ en ‘genetica en prestatiebevordering’
  • Download: Gilissen, M.G.R. (2012). Het winnen van de marathon: de rol van genen en omgeving. Bachelorscriptie – Geeft een uitgebreid overzicht van hoe genen en omgevingsfactoren beide van belang zijn bij sportprestaties
  • Literatuur: Hilvoorde I. van & Pasveer B. (2005). Beter dan goed. Over genetica en de toekomst van topsport. Diemen: Veen Magazines – Dit boek gaat over de mogelijkheden die gentechnologie topsport biedt en de wenselijkheid daarvan. De onderwerpen ‘preventie’, ‘selectie’, ‘therapie’ en ‘prestatiebevordering’ komen aan bod
  • Download: Overbeek M., Knippels M.C.P.J. & Bakker de E.P.H.M. (2015). Een dialoog in de klas over morele dilemma’s. Podium voor Bio-Ethiek, 22:1, 4-7
  • Website: Alles over DNA – bevat een woordenboek, achtergrondinformatie, oefentoetsen en examenvoorbereiding over bijvoorbeeld genetisch testen
  • Website: Erfelijkheid.nl – bevat informatie over erfelijkheid, erfelijke aandoeningen en genetisch onderzoek

Verwijzingen bij Genetisch testen

Lesmateriaal

Verwijzingen bij Gendoping

  • Website: Sprundel M. van (2012). Gendoping: geen weg terug? Kennislink
  • Website: Gronde van der T., Hon de O., Haisma H.J. & Pieters T. (2013). Gene doping: An overview and current implications for athletes. British Journal of Sports Medicine, DOI: 10.1136/bjsports-2012-091288
  • Literatuur: Hoek van der S. & Pieters T. (2009). Supergenen en turbosporters: Een nieuwe kijk op doping. Amsterdam: Nieuw Amsterdam
ELWIeR en Ecent heten u welkom op deze nieuwe gezamenlijke website